Verslag TAC-vergadering 2 april 2012; 13:45-15:15 Let op: zaal 4.45 (dus een verdieping lager dan we gewend zijn!) Aanwezig: Gerrit Heil, Ferdi Engels, Christine Knippels, Harrie Bitter, Barbara Allart (notulen) Afwezig met bericht: Johan Jeuring, Inge van den Berg, Gerard Tel. Andre Henriques gaf bericht achteraf. Agenda 1. Rondje: Toetsingswetenswaardigheden uit de faculteit? De Undergraduate School is bezig de Examencommissies (op papier) tot een commissie te smeden. Ferdi Engels is gevraagd als voorzitter en heeft toegezegd. Overweging is een goede inbedding in de faculteit en een stevige borging met de facultaire TAC. Een en ander moet nog formeel zijn beslag krijgen. Binnen de EC van Farmacie is men bezig met het vaststellen van procedures rond het BSA. De Examencommissie adviseert hierbij aan de Bachelor Commissie. Het doorhakken van de knopen ligt formeel bij de Bachelor-directeur, die doorgaans het advies van de EC overneemt. De EC heeft het verzoek ingediend of het definitieve oordeel ook bij de EC kan liggen. Er wordt nog uitgezocht of dat rechtskundig mogelijk is. In beide gevallen is beroep mogelijk bij de Commissie van Beroep. Hoe zit dit bij andere departementen? Hoe gaat de weging voor het BSA op andere departementen? Het advies wordt gebaseerd op een combinatie van OER-regels, feiten, interpretatie en een check met de studieadviseur. Er is bewust voor gekozen om geen uitzonderingsregels op te nemen in de BSA-regeling. De leidraad is dat een BSA kan worden aangehouden als het aannemelijk is dat de student de studie binnen een bepaalde termijn kan afmaken. Anniek van Keer is bezig met de herziening van [… Gerrit, wil jij aanvullen?] Er wordt gewerkt aan een notitie over de bevoegdheden van de verschillende types directeuren. Binnen een matrixorganisatie is niet altijd helder wie waar verantwoordelijk voor is. Uiteindelijk is de decaan altijd eindverantwoordelijk voor alles. Bij Farmacie is er – in navolging van Geneeskunde en Diergeneeskunde – een legitimatieplicht ingevoerd bij het tentamen. Alleen de collegekaart is onvoldoende; er moet een geldig legitimatiebewijs kunnen worden overlegd. De naleving is nog niet eenduidig. Formeel mag een student zonder ID niet deelnemen aan het tentamen. In de praktijk wordt vaak een regeling getroffen dat de student binnen X-uur een legitimatie komt tonen bij de studentenadministratie [Ferdi, klopt dat?] en dat het tentamen dan wordt vrijgegeven voor beoordeling. Bij Biologie is de EC bezig geweest met het aanscherpen van de criteria voor scriptiebeoordeling. 2a. Een toetssysteem voor de UU (27 maart) Johan zal daarbij zijn en per mail verslag uitbrengen. Gerrit is hierbij aanwezig geweest en brengt verslag uit: Binnen de faculteit wordt wel nagedacht over digitaal toetsen, met name i.v.m. tijdsbesparing door de docenten. De flexibilisering van de bachelor zorgt ervoor dat de tentamens van de eerstejaars veel tijd kosten. Digitaal toetsen zou een enorme taakverlichting kunnen brengen. Het gesprek was positief; alle systemen zijn door betrokkenen toegelicht. Er is ook gesproken over de mogelijkheden, beperkingen en het gebruik in de praktijk. Het lijkt onmogelijk om tot een systeem te komen waar alle wensen voor alle Beta vakken in verenigd kunnen worden. Het plan is nu om nog voor de zomer een facultaire dag te organiseren om de mogelijkheden van de verschillende systemen te laten zien aan docenten, inclusief de nieuwste BlackBoard versie. Bij Biologie wordt in het eerste jaar Testvision gebruikt. Dit heeft het eerste jaar wel een tijdsinvestering gevraagd, maar niet meer dan een papieren toets. Vanaf het tweede jaar is er sprake van tijdwinst. Nadelen zijn er ook nog wel: zo lukt het nog niet om bij het randomiseren van de vragen de verdeling van de vragen over de hoofdstukken te laten meewegen. Voor een tentamen met open vragen schiet je er niets mee op. Wel zijn sommige systemen in staat om open vragen om te zetten in kwalitatief goede gesloten vragen. Een ander nadeel is dat je bij een tentamen voor 200 studenten 200 PC’s tegelijk moet aanzetten. Dan kom je al snel uit op een serieel tentamen met een strikte wisseling. Er wordt nu nagedacht of dit ook zonder verhoogde fraudekans kan via Wifi op eigen laptops. Hiervoor loopt een proef bij diergeneeskunde. Op termijn komen er wel oplossingen voor een aantal problemen. Hoe voorkom je dat studenten tijdens de toets het internet op gaan. Een eenvoudige oplossing is een expliciet gekleurd scherm. Technische verrassingen komen ook voor: studenten kunnen collectief niet inloggen. Wiskunde is erg tevreden over DWO. 2b. Gaat iemand naar de demonstraties van de digitale toetssystemen? Datum is nog niet bekend. 3. Beoordelen van afstudeerwerk: inventarisatie praktijk in verschillende opleidingen + eerste aanzet tot formuleren advies (voorwaarden voor en fasen in het beoordelingsproces) (We hebben materiaal van Biologie, GSNS, GSLS – deze staan in de Wiki bij de vergadering van vandaag – Informatica en SEC – deze staan op de Wiki onder Toetsbeleid) De overeenkomsten tussen de verschillende stukken zijn positief. De vraag is wel wat wij als TAC nu kunnen bijdragen en voor wie. De stukken geven op het eerste gezicht geen aanleiding tot zorg dat er ergens onzorgvuldig beoordeeld wordt. Aan de orde komt het punt van de grote verschillen in cum laude afstudeerders. Deze kwalificatie zou beperkt moeten worden gegeven; alleen aan de besten onder de besten. Niet iedereen kan briljant zijn. Er bleek discrepantie te zijn tussen de verschillende opleidingen; natuurkunde was het strengst; deze richtlijnen zijn overgenomen in het nieuwe OER. De aard van de opleidingen maakt ook dat er verschillend gedacht wordt over becijfering van de afstudeeropdracht. Bij wiskunde stelt men dat er (probleemloos) 9 en 10 gescoord kan worden, aangezien een goed antwoord een goed antwoord is. Voor opleidingen waar een literatuuronderzoek gedaan moet worden, zijn er geen perfecte antwoorden en wordt een 10 dus hoogstzelden gegeven. Wat we dus wel kunnen doen is de vraag bij de docenten leggen: Hoe beoordelen we onze studenten? De formulieren geven hier al veel kader voor, maar de aard van de eindopdracht is ook essentieel. Is dit een proeve van bekwaamheid; dekt het inhoudelijk de hele bachelor, of gaat het om het combineren van verworven kennis en bekwaamheden, waarmee een product gerealiseerd kan worden dat niet in een eerder jaar op het zelfde niveau had kunnen worden uitgevoerd? Essentie: snel kunnen inwerken; overzicht creeren; belangrijke vragen destilleren; in breder kader van vakliteratuur plaatsen; synthese. Margot Koster is bezig met een onderzoek; zij nemen een steekproef uit scripties en kijken met een aantal mensen tot welke becijfering zij komen. Eerste indicaties zijn dat er in een aantal gevallen sprake is van ernstige afwijkingen in becijfering. Het project wordt afgerond in september. Daarna zou het goed zijn haar uit te nodigen in de TAC haar bevindingen te komen toelichten. Het toont wel het belang van het transparant maken van het becijferingsproces: wat wordt er beoordeeld; hoe zwaar wegen verschillende aspecten mee; wie beoordeelt wat? Egbert Mulder heeft een vergelijkbaar project gedaan bij scheikunde: herzieningsronde van oudere scripties die niet door een tweede corrector waren beoordeeld. Daar bleken de discrepanties vooral groot als het proces zwaar had meegewogen in de beoordeling. 4. Examencommissierapportages over de kwaliteit van toetsing: eerste aanzet tot richtlijnen. Er zijn richtlijnen voor EC’s. Wiskunde heeft deze gekregen in de context van de naderende accreditatie. De regels en richtlijnen zijn uitgezelt. EC’s moeten rapporteren naar de BoS en de Decaan. [Gerrit, heb jij stukken voor onze documentatie?] 5. Wvttk/Rondvraag Geen punten Inhoudelijk deel: - Presentatie Biologie