Web Home
HerzieningBachelorInformatiekunde
Herziening Bachelor Informatiekunde
Deze pagina's bevatten informatie over de herziening van de bacheloropleiding Informatiekunde.
Achtergrond
We hebben verschillende documenten bijeen verzameld als achtergrondinformatie voor de
herziening van de opleiding.
Visitatie 2006
Informatiekunde Onderwijs
Andere informatiekunde opleidingen
Informatiekunde, curriculum, bachelor/master
Herziening bachelor Informatiekunde
De groep die zich bezighoudt met de herziening van de bacheloropleiding informatiekunde bestaat uit:
- Robbert-Jan Beun (CKE)
- Huub Prüst (Onderwijsmanager)
- Johan Jeuring (Onderwijsdirecteur)
- Remko Helms (MBI)
- Stephan Ramaekers (gedurende een korte periode vervangen door Jan Nab, beide van het IVLOS)
- Peter Seignette, Tijl van der Velden (studentlid)
De opdracht voor de herziening is vanuit het departementsbestuur gegeven. De doelen van de herziening zijn:
- de opleiding duidelijker te profileren, zodat er meer studenten instromen.
- de opmerkingen van de visitatiecommissie, en het daaruit voortgekomen verbeterplan, te adresseren. De visitatiecommissie stelt onder andere dat de balans tussen vakken die voorbereiden op de verschillende masterprogramma's beter moet, en dat de opleiding er voor moet waken dat zij niet te licht wordt.
- de wens van studenten om meer diepgang en samenhang in de opleiding te brengen verder analyseren en voor zover mogelijk te honoreren.
Een minder expliciet doel, maar wel een geformuleerde wens vanuit het departementsbestuur, is het verkleinen van de afstand tussen informatica en informatiekunde. Verder willen we niet meer dan 40% van de opleiding wijzigen, omdat bij grotere wijzigingen opnieuw accreditatie aangevraagd zal moeten worden. Ook moeten we rekening houden met het Utrechtse ba/ma model, en de inzetbare capaciteit. Gezien de hoeveelheid opgeleverde ectsen moeten we rekenen op 4 a 5 fulltime onderwijsfte beschikbaar. Om de gedachten te bepalen: met 4 a 5 fte onderwijs kunnen we zo'n 16 a 20 `gemiddelde' bachelorcursussen verzorgen.
Als eerste heeft de groep de studenten geenqueteerd en gesproken over hun gedachten over de opleiding,
en met de docenten gesproken over de opleiding:
Het nieuwe curriculum hebben we aan de studenten gepresenteerd:
Wat is Informatiekunde?
Het Sectorplan ICT-informatiekunde (9 oktober 2008) zegt: Informatiekunde is de subdiscipline van informatica die vanuit wetenschappelijk en ontwerp-perspectief informatie- en communicatie-processen in sociale systemen onderzoekt en de ondersteuning van die processen met behulp van ICT. De wisselwerking tussen ICT en sociale context, meestal die van een organisatie of netwerk van organisaties, is daarbij een onderzoeksobject op zich.
In de discussie in de curriculumherzieningsgroep werd informatiekunde beschreven als de discipline die onderzoek doet naar informatiesystemen:
- hoe en waar ze worden ingezet (organisaties, bedrijven, individuen, groepen),
- hoe zulke systemen worden geanalyseerd, ontworpen, gebouwd, geevalueerd, verbeterd, en beheerd,
- en hoe zulke systemen worden gebruikt (mens-machine interactie, werken in groepen, ...)
Informatiekunde is een studie waarin ontwerpen en modelleren een belangrijke rol speelt. Een informatiekundige analyseert en modelleert een situatie, en kan aan de hand van die analyse en modellen ICT oplossingen ontwerpen, implementeren, gebruiken en beheren.
Voor het bepalen van de inhoud van het curriculum informatiekunde specificeren we de eindtermen. Deze eindtermen kunnen we op basis van verschillende gegevens vaststellen:
- waar komen onze studenten terecht, welke vraagstukken komen ze tegen, wat voor taken voeren ze uit, welke methoden gebruiken ze bij het oplossen van de vraagstukken, en welke instrumenten en kennis hebben ze daarvoor nodig?
- welke fundamentele concepten dienen aan de orde te komen binnen een informatiekunde programma?
- welke voorkennis vragen de informatiekunde masterprogramma's?
- welke ontwikkelingen voorzien wij in het vakgebied de komende jaren?
Uiteraard zullen we ook de eindtermen van de huidige opleiding die in de zelfevaluatie staan vermeld meenemen.
Het nieuwe curriculum
Wat doen onze alumni?
We hebben geprobeerd de taken en rollen van onze alumni te beschrijven in tabelvorm. Deze tabel staat aan het einde van deze pagina. Deze informatie is gebaseerd op informatie van alumni die we kennen, contacten met bedrijven waarbij onze alumni werken, en informatie over alumni die we in onze alumni-groepen op linkedIn kunnen vinden.
Analyse, ontwerp, productie, uitvoering (implementatie in context), gebruik en beheer, staan centraal in de werkzaamheden van onze alumni. Veel van de taken die onze alumni uitvoeren passen binnen een of meerdere van de onderdelen van deze cyclus. Verder zijn de meeste van onze alumni werkzaam in een uitvoerende rol: ze analyseren informatie, verzamelen requirements, implementeren onderdelen van ERP-paketten, etc. Daarnaast zien we ook veel adviseurs en consultants tussen onze alumni, en in mindere mate project-managers, en managers. De adviseurs en managers adviseren respektievelijk managen taken die onze alumni uitvoerders uitvoeren.
In de tweede tabel hebben we de kennis, vaardigheden en instrumenten die onze alumni bij het uitvoeren van hun taken gebruiken proberen te beschrijven. Wij zien de benodigde kennis, vaardigheden, en instrumenten toenemen van de uitvoerdersrol naar de adviseurs- en managementrol. Dus adviseurs en managers dienen tenminste over de kennis en vaardigheden van de uitvoerder te beschikken, zij het soms in minder detail, maar daarnaast ook nog over specifieke kennis en vaardigheden van belang voor de adviseur respektievelijk manager.
Informatiekunde concepten
We eisen kennis, vaardigheden en inzicht op het gebied van de informatiekunde. Belangrijke concepten die een rol spelen binnen de informatiekunde zijn direct gerelateerd aan de beschrijving van wat informatiekunde is:
- methoden voor informatiesysteemontwikkeling
- analyse van systeemgebruik
- modelleren van organisaties, informatie, interactie, en het vertalen van die modellen naar ICT oplossingen.
Ieder van deze punten kan meer gedetailleerd uitgewerkt worden. Zo zijn verschillende onderzoeksmethoden relevant voor de analyses, en is data-modelleren relevant voor het modelleren van informatie.
Eisen vanuit de masterprogramma's
Per 2011 bieden we twee masterprogramma's aan die direct relevant zijn voor informatiekunde studenten: de master Business Informatics (MBI) onder het CROHO-label Informatiekunde, en de master Game and Media Technology, onder het CROHO label Informatica. Instroom in het laatste programma is alleen mogelijk als aan aanvullende eisen in de bachelor is voldaan. De master Business Informatics is de directe doorstroom master voor de informatiekunde bachelor.
De twee masterprogramma's stellen eisen aan de voorkennis van de instromende studenten. Deze voorkennis is voor een deel gedeeld, zoals ontwerp- en implementatievaardigheden, en informatie over hoe informatiesystemen door individuen en organisaties gebruikt worden, en deels domeinspecifiek.
Ontwikkelingen in het vakgebied
We kunnen ontwikkelingen in het vakgebied moeilijk voorspellen, en we zoeken hier ook nadrukkelijk naar input van anderen. Een ontwikkeling die al in gang is is dat steeds meer informatiesystemen via het internet worden gebruikt en ontsloten (software as a service). Een andere ontwikkeling is dat steeds meer applicaties via mobiele computers gebruikt worden, en dat collaborative ('crowd sourcing') en social media en web 2.0 (mashups, folksonomy, RSS, wiki, blog, social networking) een steeds grotere rol spelen. Deze nieuwe technologie heeft invloed op hoe we met informatie omgaan en leidt tot nieuwe businessmodellen voor bedrijven.
Eindtermen
De volgende eindtermen zijn afgeleid van de eindtermen die de opleiding in 2006 opgesteld in de zelfevaluatie:
Na afronding van de bachelor Informatiekunde heeft de student kennis, vaardigheden en inzicht op het gebied van de informatiekunde. De student kan daartoe
- relevante aspecten van informatisering van (bedrijfs)processen benoemen en toelichten,
- gebaseerd op de wetenschappelijke literatuur, en gebruik makend van de voor het vakgebied relevante wetenschappelijke onderzoeksmethoden vraagstukken analyseren en oplossingen ontwerpen en evalueren,
- en efficiënte en effectieve oplossingsstrategieën op het gebied van de ICT selecteren in de context van individuele en organisatiedoelen.
In de bachelorfase wordt iedere student voorbereid op een verdere studieloopbaan, in het bijzonder de masteropleiding Informatiekunde, en is in staat de informatiekunde te plaatsen in haar maatschappelijke en wetenschappelijke context.
De student dient hierover schriftelijk en mondeling in het Nederlands en het Engels te kunnen communiceren op academisch niveau naar vakgenoten en stafmedewerkers met gebruik van ICT en AV-middelen. Hij of zij is vaardig in plan- en projectmatig werken en wordt daartoe individueel en groepsgewijs getraind in algemene communicatieve, sociale en samenwerkingsvaardigheden. De student heeft inzicht in de wijze waarop ICT deze faciliteert voor het individu en in organisaties.
Globale inhoud
In onze invulling van de Utrechtse ba/ma struktuur bieden we 75 ECTS discipline uniform (uniform=verplicht), en 15 ects context uniform aan. Verder is er 37.5 ects discipline keuze, en 7.5 ects context keuze. De overgebleven 45 ects is profileringsruimte. We zien vooralsnog geen redenen om deze verhoudingen aan te passen, naast dat de daarvoor beschikte bewegingsruimte beperkt is. Minimaal zal een opleiding dus 135 ects direkt gerelateerd aan de opleiding aan moeten bieden. Als we keuze willen bieden (en gezien de namen discipline keuze en context keuze willen we dat), dan moeten we dus tenminste 150 ects aanbieden.
De eerste keuze die we willen maken is voor het meer expliciet creeren van verdiepende lijnen in de bachelor. De verdiepende lijnen koppelen we aan de leerstoelen met leeropdrachten gerelateerd aan de informatiekunde. Dit betekent dat we een verdiepende lijn Organisatie en Informatie, en een verdiepende lijn Architectuur van Informatiesystemen, beide voorbereidend op de master Business Informatics, en een verdiepende lijn Human-media Interaction, voorbereidend op de master Game and media technology waarin aandacht wordt besteed aan Human-media Interaction, creëren. Een informatiekunde student kan in deze laatste master instromen als een aantal informatica vakken is gevolgd in de bachelor. Met deze keuze denken we een aantal van de gestelde herzieningsdoelen te kunnen realiseren:
- een betere balans in de vooropleiding van de masterprogramma's
- een betere profilering van de opleiding
- meer samenhang en diepgang in de opleiding
De verdiepende lijnen zullen vooral een plek krijgen in de discipline keuze.
Om voldoende diepgang in deze drie lijnen te kunnen bereiken, zal er de nodige aandacht aan de methodologische en technische aspecten en achtergronden, en de onderzoeksmethoden van het vakgebied informatiekunde moeten worden besteed. We zien deze vakken als de core van informatiekunde. De informatiekunde core vakken krijgen een plek in de discipline uniform.
De core zal uit 90 ects aan vakken bestaan, de drie verdiepende lijnen (discipline keuze) in principe uit 37,5 ects. We verwachten dat de core voor ieder van de verdiepende lijnen een introducerend vak bevat. Het is niet onmogelijk dat de verdiepende lijnen vakinhoud delen, maar eigenlijk betekent dit dat de core dan groter wordt.
De keuze om drie onderdelen in de opleiding te onderscheiden wijkt af van de keuze voor onderdelen als beschreven in de zelfevaluatie (zie pagina 16 en verder).
De informatiekunde core
In de informatiekunde core moeten de fundamentele concepten van de informatiekunde aanbod komen, en moeten deze concepten in hun context worden geplaatst.
- Er zijn tal van voorbeelden waarbij informatiesystemen binnen een maatschappelijke context worden toegepast, bijvoorbeeld ten behoeve van grootschalige ICT infrastructuur. Daarbij kan gedacht worden aan ICT infrastructuren zoals het electronisch patientendossier en de OV chipkaart. Dit brengt ook maatschappelijke problemen met zich met zoals bijvoorbeeld hoe er wordt omgegaan met de bescherming van persoonsgegevens.
- Informatiesystemen en de relatie tussen informatiesystemen en mensen staan centraal bij informatiekunde. Er dient dan ook ruim aandacht te zijn voor methoden, modellen, theorieën en technieken met betrekking tot het modelleren, ontwikkelen, implementeren en uiteindelijk de adoptie, en het gebruik van informatiesystemen.
- De meeste informatiesystemen zijn gebaseerd op databases. Databases zijn instrumenten die onze alumni veelvuldig gebruiken, om data op een gestructureerde wijze vast te leggen, allerlei analyses uit te voeren, en informatie te verschaffen over bijvoorbeeld de prestatie van een individu, groep of organisatie.
- Informatiesystemen worden ontwikkeld in projecten volgens een bepaalde methode, denk bijvoorbeeld aan de traditionele waterfall methode of rapid prototyping. Het managen van projecten is een vaardigheid die veel van onze alumni nodig hebben. Kennis van methoden met betrekking tot de ontwikkeling en implementatie en van informatiesystemen zijn dus voor hen van belang.
- De complexiteit van het ontwerpen van een grootschalig informatiesysteem vraagt om een architectuurbenadering. Hierin worden strategie, organisatiestructuur, processen, informatie, applicaties en infrastructuur in samenhang bestudeerd. De uitkomst van een architectuur studie is een blauwdruk van de organisatie inclusief mensen, processen, procedures en systemen. Binnen het domein van architectuur is er ook nadrukkelijk aandacht voor Business Process Management en Workflow management.
- Informatiesystemen raken steeds meer geïntegreerd (embedded) in het dagelijks bestaan en we maken gebruik van een verscheidenheid aan computers, denk aan netbooks, PDA’s, smartphone, pc-zuilen etc., om informatie te benaderen en te verwerken. Deze trend wordt ook wel aangeduid met ubiquitous computing. Dit resulteert in een grote platformdiversiteit waarbij de verschillende platformen ook onderling met elkaar dienen te kunnen worden gekoppeld. Dit vereist kennis van zowel hardware als netwerken, waarbij het internet een steeds centralere rol speelt. Dit vraagt ook om meer aandacht voor het ontwikkelen van web applicaties en services die gebruik maken van deze infrastructuur.
- De techniek die aan de basis van het ontwikkelen van informatiesystemen staat is programmeren. Een niet onaanzienlijk aantal alumni programmeert in de een of andere vorm in zijn/haar werkzaamheden. Naast het daadwerkelijk schrijven van code kan het ook inhouden het genereren van code op basis van ontwikkelde modellen (model driven development).
- Informatie heeft verschillende verschijningsvormen (tekst, gestructureerde documenten, beeld, geluid, etc.), die in allerlei multimedia toepassingen aan bod komen.
- Voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek worden zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden toegepast. Daarbij richt de Informatiekunde zich op de relatie tussen ICT en de sociale- of organisatiecontext. Een informatiekundige zal dus met methoden en theorieën uit verschillende disciplines in aanraking komen. We verwachten dat de verschillende wetenschappelijke onderzoeksmethoden, zowel de empirische als de ontwerp cyclus, in een apart contextvak aan bod zullen komen.
- Voor het modelleren en realiseren van informatiesystemen, en het communiceren tussen informatiesystemen worden allerlei talen gebruikt, en de vorm en struktuur van talen is belangrijk voor de functionaliteit, interoperabiliteit, portabiliteit, en bruikbaarheid van systemen. Het verschillend gebruik van talen komt vooral naar voren bij het ontwerpen van internet-gebaseerde systemen.
- Naast de IT organisatie die verantwoordelijk is voor de IT infrastructuur kennen steeds meer bedrijven een afdeling die verantwoordelijk is voor informatie management, onder leiding van een CIO. Informatie management houdt zich bezig met de applicatie portfolio en stemt die af op de behoefte van de organisatie. Aandachtsgebieden binnen het domein van informatie management zijn ICT Beleid en Strategie, ICT Beheer, Kwaliteitszorg, Project Management en Ethics & Privacy. (Voorbereiding op de lijn business informatics.)
- Om de impact van informatiesystemen op de organisatie te kunnen bepalen dient een informatiekundige ook te beschikken over basiskennis op het gebied van Organisatietheorie. Belangrijke onderwerpen op dit gebied zijn organisatiedoelen en -effectiviteit, organisatiestructuur en leiderschap, cultuur, besluitvorming, internationalisering, relaties met de omgeving, productietechnologien en innovatie.
- Hoe interacteren gebruikers met systemen? Welke rol speelt cognitie hier? (Voorbereiding op de lijn human-media interaction.)
De bovenstaande inhoud komt terug in de categorie discipline uniform, behalve de onderdelen die terugkomen in de vakken Mens, Maatschappij en ICT en Wetenschappelijke onderzoeksmethoden, die onderdeel uitmaken van de context uniform.
Verdiepende lijnen
Zoals in de globale inhoud genoemd willen we drie verdiepende lijnen aanbieden, over organisatie en informatie, architectuur van informatiesystemen, en human-media interaction. Voor de invulling van deze lijnen hebben we twee aparte groepen ingesteld, die eind 2009/begin 2010 een voorstel voor de invulling van de verdiepende lijnen hebben geven. De inhoud van deze lijnen bereidt voor op de respektievelijke masterprogramma's, en past binnen de bachelor Informatiekunde. Bij de invulling van de verdiepende lijnen wordt de opleiding als geheel ook in beschouwing wordt genomen.
Mogelijk bieden de verdiepende lijnen ook meer inzicht in de in het specifieke veld heersende onderzoeksmethoden en theorieën. Op dit moment voorziet de core nog in de inhoud van de onderzoeksmethoden, maar daar kan in gevarieerd worden.
De verdiepende lijnen bestaan beide uit 37,5 ects, waarvan 15 ects voor het onderzoeksproject aan het einde van het 3e jaar. Dan is er nog 22,5 ects over voor verdiepende vakken in de lijn. De vakken van de verdiepende lijnen worden
hier beschreven. Deze beschrijvingen zullen we tzt op deze wiki pagina integreren.
Minoren
Minoren zijn samenhangende pakketten vakken die ook, of misschien met name, door externe studenten gevolgd worden. De achtergrond van de studenten speelt uiteraard een belangrijke rol. Voor informatica-studenten kunnen we misschien een minor gerelateerd aan de verdiepende lijnen aanbieden, en voor andere studenten een minor informatiekunde met vooral inleidende vakken. Het valt te overwegen om speciaal voor psychologie een minor te introduceren waarin de relatie tussen cognitie en ICT een rol speelt. Een andere minor zou Medische Informatiekunde kunnen zijn omdat er op dit moment erg veel ontwikkelingen op gang komen mbt ICT in de zorg. Universiteitsbreed wordt meestal een eis van tenminste 30 ects in de minor gesteld, en ik denk niet dat er zwaarwegende redenenen zijn om van dat minimum af te wijken (hoewel we dat nu wel doen: de minor informatiekunde eist tenminste 45 ects). We zullen de minoren pas vormgeven nadat we het majorprogramma hebben vastgesteld.
Niveau
Ieder vak heeft een niveau. We kunnen het niveau laten volgen uit een inhoudelijke afhankelijkheidsgraaf, maar het lijkt beter om te proberen het niveau aan de hand van de complexiteit van de behandelde problemen, de zelfstandigheid waarmee een (groep) student(en) een probleem op kan lossen, de mate waarin van verschillende onderzoeksmethoden gebruik wordt gemaakt, de mate van multidisciplinariteit van de onderzochte problemen, etc. te bepalen. Als we expliciet niveaus geven, en die niveaus toetsen, merken studenten meer van de toenemende diepgang in de opleiding.
Didaktiek
Vanuit de onderwijskunde komen een aantal principes terug wanneer het gaat om het leren van een vakgebied:
- leren doe je alleen maar als je actief bent
- nieuwe onderwerpen moeten gerelateerd worden aan bestaande kennis
- nieuwe onderwerpen moeten in context worden geplaatst, en ook gerelateerd worden aan de fundamentele concepten van het vakgebied
De informatiekundige werkt typisch taakgericht, en we denken dat eenzelfde nadruk in de didaktiek terug moet komen. Daarnaast werkt een informatiekundige typisch in een multidisciplinaire context, en zal de methoden, technieken en theorieën van de context moeten gebruiken om tot een oplossing te komen. Om het actief leren te ondersteunen bieden we taken aan. Wanneer het gaat om specifieke domeinkennis zullen de taken relatief klein zijn, en zich met name op die domeinkennis richten. Het is echter ook van belang om grotere taken waarin de belangrijke concepten van de informatiekunde in een context terugkomen aan te bieden. Het gebruik van authentieke taken lijkt hier goede mogelijkheden te bieden.
Om studenten te motiveren voor hun studie, te verleiden tot het leren van de voor het vakgebied noodzakelijke concepten, technieken, modellen, en theorieën, en groepsgewijs te oefenen in algemene communicatieve, sociale en samenwerkingsvaardigheden willen we meer dan nu gebruik maken van projecten waarin de belangrijke concepten van de informatiekunde aan bod komen. Op deze manier hopen we ook meer diepgang te bereiken, en de concepten een duidelijkere plek te geven.
We willen in ieder jaar van de bachelor een project aanbieden, zodat studenten hun kennis en vaardigheden kunnen relateren aan de context, werken met de voor het vakgebied relevante onderzoeksmethoden, en kennismaken met een multidisciplinaire context.
Binnenkomende studenten willen we onmiddellijk aan de slag laten gaan met een groter project waarin een typisch informatiekundig probleem aan de orde komt. Te denken valt aan een ontwerp voor het EPD, een ontwerp voor de huurtoeslagen van de belastingdienst, informatievoorziening van de IBG of Schiphol, etc. Het is belangrijk dat het onderwerp aansluit bij de actualiteit. We willen het project struktureren aan de hand van de taken uit de taken- en rollentabel, en zo de studenten in aanraking laten komen met de voor de informatiekunde typerende onderzoeksmethode.
Pas na uitvoering van het project bieden we vakken aan over programmeren, informatiesysteemontwikkeling, gebruikersinterfaces, e.d. aan.
Ook in het vak informatiesystemen, dat een plaats heeft gekregen in de tweede periode, willen we ruimte maken voor een groter project. Om voldoende gevarieerde projecten te kunnen aanbieden dient de focus van het vak wel wat verbreed te worden. Dit was toch al voorzien in de curriculumcommissie. In het tweede jaar bieden we opnieuw een project aan. Het vak modelleren en systeemontwikkeling lijkt hiervoor een goede plek te bieden. Modelleren en systeemontwikkeling behandelt vooral grotere systemen. In een project aan een wat groter systeem werken kan de issues die spelen in dit vakgebied verhelderen en motiveren. Als we het vak modelleren en systeemontwikkeling in de tweede periode aanbieden (zoals we nu al doen), dan kunnen we het project integreren met het eerstejaars project van informatiesystemen. Tenslotte bieden we in het derde jaar het vak Systeemontwikkeling: methoden en management aan. Een groot onderdeel van dit vak zal bestaan uit het managen van de 1e en 2e jaarsprojecten bij informatiesystemen en modelleren en systeemontwikkeling. In het volledig vernieuwde curriculum, willen we zo een lijn van projecten in de 2e periode hebben. Vanuit het vak informatiesystemen worden projecten aangeboden, die gemanaged worden door 3e jaars, waar 2e jaars de nodige achtergrond hebben om invulling te kunnen geven aan het project, en de 1e jaars op actieve wijze kennismaken met informatiesystemen. De 1e jaars dragen bij aan de requirements en het globale ontwerp, de 2e jaars dragen bij aan de database modellen of andere meer geavanceerde inhoud, en de 3e jaars spelen de managementrol in het team. De studenten werken dus aan verschillende vakken binnen hetzelfde project.
Ieder van de projecten wordt gestructureerd aan de hand van de taken uit de taken- en rollentabel. De drie projecten hebben ieder een ander niveau: in jaar 1 zal nog veel sturing, en advies nodig zijn. In jaar 2 zullen studenten de taken redelijk zelfstandig uit kunnen voeren, maar nog wel af en toe hulp nodig hebben. In jaar 3 zal achtergrond in Projectmanagement relevant zijn, maar zullen de studenten verder zelfstandig het project gestructureerd uit kunnen voeren.
Het onderzoeksproject blijft bestaan, en maakt onderdeel uit van de verdiepende lijnen.
Academische vaardigheden
De eindtermen stellen:
De student dient [...] schriftelijk en mondeling in het Nederlands en het Engels te kunnen communiceren naar vakgenoten en stafmedewerkers met gebruik van ICT en AV-middelen. Hij of zij is vaardig in plan- en projectmatig werken en wordt daartoe individueel en groepsgewijs getraind in algemene communicatieve, sociale en samenwerkingsvaardigheden. Er is bijzondere aandacht voor de wijze waarop ICT deze faciliteert voor het individu en in organisaties.
De vaardigheden die hier worden genoemd komen terug in verschillende onderdelen van het curriculum. Het is van belang aan te geven wat deze vaardigheden inhouden, waar ze in het curriculum worden geoefend, en hoe we individuele studenten kunnen ondersteunen bij het ontwikkelen en oefenen van de vaardigheden. We willen deze vaardigheden zoveel mogelijk integreren in de vakinhoudelijke vakken en de taken, hetgeen inhoudt dat we de verschillende vaardigheden expliciet een plek moeten geven. We verwachten bv dat schrijven, presenteren, projectmanagement, etc. niet terugkomen in een of meerdere aparte vakken, maar bij de taken aan bod zullen komen. Uiteraard zal de opleiding voor ondersteuning moeten zorgen. We hebben een
vaardigheden tabel gemaakt, en aangegeven welke vakken aan welke vaardigheden bijdragen.
Lange-termijn versus korte-termijn leerdoelen
De vakken in het curriculum zullen veelal korte-termijn leerdoelen hebben (hoe ontwerp je een database schema, wat is het effect van een gebruikersinterface, etc.). Het curriculum bevat echter ook lange termijn leerdoelen, zoals analyse- en abstractievaardigheden, samenwerkingscompetenties, etc. We moeten ook de lange-termijn leerdoelen expliciteren. Ik verwacht dat die voor een deel terugkomen in de academische vaardigheden, maar waar het gaat om abstractievaardigheden zullen de leerdoelen in een informatiekunde-inhoudelijke context behaald moeten worden.
Toetsing
Uit de studentenevaluaties blijkt dat de toetsing door studenten soms als licht wordt ervaren. Als we meer expliciet willen zijn over de niveaus van de vakken, en als we allerlei vaardigheden door het curriculum heen toetsen, dan is goede toetsing een uitdaging, waar we aandacht aan moeten besteden.
Het 1e jaar
Het nieuwe eerste jaar ziet er als volgt uit, met tussen haakjes de niveaus van de vakken:
| 1 | 2 | 3 | 4 |
| Mens, Maatschappij en ICT (1) | Imperatief programmeren (1) | Webdesign (1) | Datamodelleren (2) |
| Informatiekunde Introductieproject (1) | Informatiesystemen (1) | Ontwerp van Interactieve systemen (1) | Organisaties en ICT (1) |
Voor ieder van deze vakken willen we een cursusplan, waarin de volgende componenten voorkomen:
- Globale vakbeschrijving, bevat onder andere
- Voorkennis
- Bouwt voort op/ bereidt voor op
- Wat draagt het vak bij aan de eindtermen van de opleiding?
- Leerdoelen
- Vaardigheden/competenties
- Werkvorm
- Toetsing en beoordeling
- Literatuur
De eerste vier componenten zullen meer stabiel zijn, de laatste drie zullen mogelijk wat meer wijzigen door de jaren heen. De cursusplannen vervangen de korte teksten beneden die we eerder opgesteld hebben.
Hier staat een voorbeeld raamplan van biologie, maar ik verwacht niet dat de plannen zo uitgebreid zullen worden.
Vakbeschrijvingen:
- Mens, Maatschappij en ICT. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is er een nieuwe samenleving aan het ontstaan. Bijna iedereen in Nederland heeft een of meerdere computers in huis die aangesloten zijn op het internet. Er is een infrastructuur ontstaan van informatie- en communicatietechnologie (ICT) die ons in staat stelt vanuit de woonkamer een virtuele wereld te bekijken, te winkelen, bankzaken te regelen of te communiceren met wie dan ook in de wereld. Door informatiesystemen aan elkaar te koppelen zijn ketens ontstaan van enorme aantallen onafhankelijke organisaties en professionals die met elkaar samenwerken. Kortom, we hebben het industriële tijdperk achter ons gelaten en zijn beland in de informatiemaatschappij. De informatiemaatschappij heeft ons met nieuwe uitdagingen geconfronteerd, want we zijn niet altijd gesteld op al die informatie (bijv. spam), we hebben soms problemen om ermee om te gaan of we zijn juist bang dat anderen informatie krijgen die niet voor hen bestemd is (privacy). We hebben overvolle e-mailboxen of we weten niet wat we voor waar moeten aannemen. In het ergste geval worden we van ons geld of zelfs van onze identiteit beroofd. In dit vak wordt uitgediept welke rol informatie speelt in onze huidige informatiemaatschappij en hoe de mens hierin functioneert en met informatie omgaat. We kijken naar regels en wetten op het gebied van informatie, maar ook naar de ethische aspecten en betrouwbaarheid van informatie. We stellen ons de vraag wie we eigenlijk zijn in de virtuele wereld van de informatiemaatschappij. Daarbij komt de manier waarop mensen informatie verwerken en beslissingen nemen aan de orde en wordt kennisgemaakt met begrippen als identiteit en informatie overload. Naast deze individuele aspecten kijken we naar communicatieve aspecten, zoals samenwerkingsprincipes en groepsdynamica, en hoe deze met behulp van ICT kunnen worden ondersteund.
- Informatiekunde Introductieproject. "Ontwikkel een informatie- en communicatiesysteem waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de oplossing van een actueel (maatschappelijk) probleem." Dat is kort gezegd de opdracht waar de studenten in dit project voor komen te staan. Geenszins een eenvoudige opgave daar de ontwikkeling van een dergelijks systeem over het algemeen omvangrijk en complex is en een breed scala aan activiteiten omvat: zowel het analyseren, ontwerpen, produceren als het invoeren, gebruiken en beheren van het systeem. Daarbij komt ook nog dat dit project het eerste vak van de studie Informatiekunde is en de student niet kan teren op al opgedane kennis en vaardigheden op het vakgebied. Het doel van het project is dan ook een eerste kennismaking met de informatiekunde. De student verkent vooral vanuit eigen interesses en nieuwsgierigheid in teamverband het vakgebied. Hij/zij krijgt daarbij inzicht in de complexiteit en de breedte van de informatiekunde en ontwikkelt een denkkader waarbinnen vervolgens de technieken, methoden, theorieën en modellen van de informatiekunde die in latere vakken uitgediept worden, geplaatst kunnen worden. De student zet in het project ook de eerste stappen in de ontwikkeling van de voor een informatiekundige benodigde communicatieve, reflectieve, samenwerkings- en managementvaardigheden.
- Informatiesystemen. De ontwikkelingen op het gebied van Informatie Systemen (IS) en Informatie Technologie (IT) bieden voortdurend nieuwe mogelijkheden om de inrichting en werking van organisaties te verbeteren. Daarom bestaat deze cursus uit de volgende drie onderdelen: (i) Inleiding informatiesystemen, (ii) Technologie, en (iii) Implementatie van informatiesystemen in organisaties en maatschappij. (i) Het onderdeel "Inleiding informatiesystemen" gaat in op de grondslagen van informatiesystemen en hun almaar groter wordende rol op mens en maatschappij in het algemeen en binnen organisaties in het bijzonder. Wat is informatie? Waaruit bestaat een informatiesysteem? Welke soorten informatiesystemen zijn er beschikbaar? Hoe zet je informatiesystemen strategisch in? Dit onderdeel maakt duidelijk hoe informatiesystemen de bedrijfsvoering van ondernemingen fundamenteel hebben veranderd en zelfs hebben geresulteerd in organisaties die volledig afhankelijk zijn van hun informatiesystemen. (ii) Het onderdeel "Technologie" besteedt aandacht aan de benodigde hardware, software, netwerken, enaan het organiseren van data en informatie. Voor een goed begrip van informatiesystemen is het namelijk van belang om over voldoende technische kennis van deze componenten van informatiesystemen te beschikken. (iii) Het onderdeel "Implementatie van informatiesystemen in organisaties en maatschappij" maakt duidelijk dat het niet alleen gaat om het op de juiste wijze implementeren van de juiste technologie. De belangrijkste component van ieder informatiesysteem blijft tenslotte de mens... Vandaar dat een breed scala aan aspecten op het gebied van informatiesystemen de revue zal passeren, van systeemontwikkeling en ⤓implementatie, via systeemgebruik, tot de gevolgen van informatiesystemen voor personen, organisaties en maatschappij.
- Imperatief Programmeren. Als je een computer instrueert met opdrachten, doe je aan imperatief programmeren ('t kan ook anders, maar dan programmeer je functioneel, en dat is een ander vak). In dit vak leer je de programmeertaal Java, waarin opdrachten gebundeld worden in zogeheten methoden, die een object bewerken. Het is daarmee tevens een inleiding in objectgeorienteerd programmeren. We bekijken hoe je het geheugen verandert, en hoe je keuze en herhaling programmeert. Je beschrijft zelf nieuwe soorten objecten met daarbij behorende methoden, maar maakt ook kennis met de bij Java horende standaard-methoden. Aan de orde komen onder andere packages om interactieve user-interfaces (waaronder web-applets) te maken, om animaties te maken met een thread, om files te manipuleren, en om verzamelingen gegevens (collections) te beheren. In het college worden enkele grotere programma's besproken als voorbeeld van toepassingen: een grafische bitmap-editor, een vector-tekenprogramma, een route-zoeker. en automatische taalherkenning door letterfrequentie-analyse, Daarbij zien we dan meteen waarom het handig is om object-klassen hierarchisch te ordenen, en hoe je rijen objecten in een array kunt zetten. Speciale aandacht wordt besteed aan het gebruik van objectgeorienteerde technieken bij het ontwerp van wat grotere programma's, waarbij de standaardbibliotheken voor collections en file-I/O als voorbeeld dienen.
- Ontwerpen van interactieve systemen. Vaak zijn gebruikers niet tevreden over computer systemen omdat deze systemen niet goed aangepast zijn aan de wensen, doelen en vaardigheden van gebruikers. In deze inleidende cursus zul je het proces bestuderen van het ontwerpen van interactieve systemen vanuit een gebruikersgeorienteerde perspectief. De belangrijkste fasen van dit proces omvatten kennisverwerving over de cognitieve eigenschappen en beperkingen van gebruikers, taak analyse, prototyping en evaluatie. De belangrijkste technieken voor het verzamelen van data, requirements analyse, ontwerp, prototyping en evaluatie worden beknopt geintroduceerd. We zullen specifieke aspecten bespreken die van belang zijn voor het ontwerpen van websites, games, virtuele agenten, en systemen die communicatie (social media) en samenwerking ondersteunen, etc. Op basis van theorie zullen studenten in groepen bijvoorbeeld een interactief website systeem ontwerpen dat rekening houdt met de requirements van een denkbeeldige client.
- Webdesign. Het internet is uitgegroeid tot een onmisbaar informatie- en communicatiemedium voor individuen, bedrijven en organisaties. Kwaliteit, aantrekkelijkheid, en interactiviteit zijn belangrijke succesfactoren voor websites en internetapplicaties. In dit vak leer je methoden en technieken kennen die van belang zijn bij het ontwerpen en realiseren van geavanceerde websites. Streaming (animatie, geluid, video) en non-streaming media (bitmaps, vector graphics) stellen belangrijke eisen aan interactieve webomgevingen. Ook de verschillende gebruikersomgevingen (screen, print, mobile device, etc.) spelen hierbij een belangrijke rol. In aansluiting op de cursus Ontwerpen van interactieve systemen behandelen we hoe principes van visuele communicatie, interactiviteit en toegankelijkheid ingezet kunnen worden in het ontwerp van web-interfaces. In dit vak maak je ook kennis met de metataal XML. XML wordt gebruikt om gespecialiseerde markup-talen te definiëren, zoals bij voorbeeld de veelgebruikte web-taal XHTML. Je kunt ook je eigen XML-taal ontwerpen. We behandelen hoe je zo'n taal ondubbelzinnig kunt vastleggen. XML-documenten kun je op verschillende manieren bewerken, bevragen en geschikt maken voor gebruik op allerlei devices. We besteden in deze module ruime aandacht aan de methoden en technieken die daarvoor bestaan, waaronder het gebruik van het Document Object Model (DOM) en van de programmeertaal Javascript. Deze stellen je in staat om zelf interactieve XML-applicaties voor het web te ontwikkelen.
- Datamodellering en databases. Het hart van bijna elk informatiesysteem wordt gevormd door een database. Dit is een gestructureerde verzameling gegevens, die in de regel de neerslag is van de processen die zich afspelen in de wereld waarin het informatiesysteem functioneert. Het ontwerpen van een database (het datamodelleren) vergt daarom een grondige kennis van die processen en een analyse van de bijbehorende gegevensstructuur. Als dat niet goed gebeurt, ontstaan er problemen bij het invoeren, wijzigen en bevragen van de gegevensverzameling, hetgeen ernstige gevolgen kan hebben voor de dienstverlening en bedrijfsvoering. Kennis van databasesystemen en datamodelleren is dan ook onontbeerlijk voor informatiekundigen, ook als zij niet zelf in de technische hoek werkzaam zijn. Ook een manager moet begrijpen wat wel en niet mogelijk is met een bepaald databaseontwerp. Gegevens bestaan in verschillende vorm: sterk gestructureerd, bijvoorbeeld adresbestanden, maar ook semi-gestructureerd, ingebed in en verbonden met lopende tekst, bijvoorbeeld medische dossiers, waarin gestructureerde persoonsgegevens voorkomen naast rapportages over behandelingen en commentaar van een arts. Dit onderscheid is terug te vinden in de verschillende soorten database management systemen die er bestaan (dat wil zeggen in de software waarmee je een database bouwt). Voor gestructureerde gegevens worden meestal zogenaamde relationele database managementsystemen gebruikt. Deze vormen nog steeds de kern van de informatie-infrastructuur van de meeste organisaties en datamodelleren heeft dan ook vooral betrekking op deze categorie. Daarnaast is het structureren van informatie met behulp van XML steeds belangrijker geworden, hetgeen heeft geresulteerd in speciale XML-databasesystemen met eigen opslag- en bevragingsmogelijkheden. Je leert in deze cursus, hoe je een relationele database kunt ontwerpen voor een complexe dataverzameling, aan welke criteria een goed ontwerp moet voldoen, en hoe je dit ontwerp kunt implementeren als een prototype. Daarnaast maak je kennis met XML-databasesystemen, je leert overeenkomsten en verschillen zien tussen een relationeel datamodel en een XML-datamodel, en je experimenteert met bevraging van een XML-database.
- Organisaties en ICT. Dit vak maakt studenten bekend met de basisprincipes van organisaties en management, door middel van onderwerpen als organisatietypologieen, arbeidscoordinatievraagstukken, structurerings-vraagstukken, organisatiegedrag en organisatieverandering. De student verwerft inzicht in welke organisatievormen er vanuit theoretisch perspectief bestaan, hoe deze gestructureerd en beinvloed worden, en hoe organisatievormen in de praktijk functioneren. Deze elementaire inzichten in de organisatiekunde zijn vereist om te kunnen redeneren over effecten van ICT op organisaties, zoals opgedaan in het vak Informatiesystemen. We gaan verder in op het belang van ICT voor organisaties, in het bijzonder als belangrijke bron voor verandering en innovatie. Deze cursus bestaat uit een viertal onderdelen: * Mens in organisaties: gedrag, waarden, motivatie * Groepen en teams: groepsgedrag, communicatie, leiderschap, macht en conflicten * Organisaties als systeem: organisatiestructuur, strategie, werkpraktijk, cultuur * Dynamiek in organisaties: verandering, omgeving, innovatie In elke onderdeel maakt de student kennis met de uitdaging om ICT op de juiste wijze toe te passen. Het zal duidelijk worden dat het niet alleen gaat om het implementeren van de technologie maar ook om de effecten van ICT op de verandering van de organisatie(cultuur).
Het 1e jaar bestaat dus uit 1 context uniform vak (Mens, Maatschappij en ICT), en 7 discipline uniform vakken.
Het 2e jaar
| 1 | 2 | 3 | 4 |
| Wetenschappelijke onderzoeksmethoden | Modelleren en systeemontwikkeling (AvIS 1) | E-Business (OenI 1) | Intelligente Interactie (HMI 3) |
| | | Cognitie en communicatie (HMI 1) | Usability Engineering (HMI 2) |
- Wetenschappelijke onderzoeksmethoden. Het doel van dit vak is het verkrijgen van kennis over, vaardigheden met en toepassen van methoden en technieken op het gebied van onderzoek binnen de informatiekunde. In het vak komen verschillende aspecten van wetenschappelijk onderzoek aan de orde. In principe volgen we daarbij de empirische cyclus:
- Probleemstelling
-Verschillende methoden van onderzoek
- Verschillende analysemethoden
- Beschrijving van resultaten en rapportage
Het gaat in deze module er met name om dat studenten weten wanneer ze welke methode van onderzoek moeten gebruiken, welke (data)analysemethoden daarbij horen en hoe je kunt rapporteren. Ook leren studenten te werken met SPSS. Samen bieden deze vaardigheden de mogelijkheid om een eenvoudig wetenschappelijk onderzoek op te zetten en uit te voeren.
- Modelleren en ontwikkelen van informatiesystemen. In dit vak komen de basismethoden voor het ontwikkelen van informatiesystemen aan de orde.
Het 2e jaar bestaat dus uit 1 context uniform vak (WO), en 1 discipline uniform vak (MSO). MSO is ook het inleidende vak van de verdiepende lijn Architectuur van Informatiesystemen, en zal op termijn misschien van naam wijzigen. Verder bieden we 8 discipline keuzevakken aan, waarvan een aantal pas in jaar 3 worden gevolgd.
Het 3e jaar
| 1 | 2 | 3 | 4 |
| Productsoftware (OenI 3) | Business process management (AvIS 2) | Strategisch management en ICT (OenI 2) | Onderzoeksproject |
| | | Systeemontwikkeling: methoden en management (AvIS 3) | Onderzoeksproject |
- Systeemontwikkeling: methoden en management. Systeemontwikkeling: methoden en management behandelt de methoden voor het managen, en het managen van software-projecten. Dit vak heeft een grote praktische component, daar samenwerking binnen projecten waarin ook 1e en 2e jaars studenten meedraaien. Er wordt aandacht geschonken aan recente project-management methoden zoals PRINCE2.
- Onderzoeksproject. Het onderzoeksproject wordt binnen een van de verdiepende lijnen uitgevoerd. Binnen het onderzoeksproject wordt een onderzoek uitgevoerd volgens de informatiekundige onderzoeksmethoden.
Het onderzoeksproject maakt onderdeel uit van de discipline uniform, en wordt vanuit de verdiepende lijnen vormgegeven. Systeemontwikkeling: methoden en management is een discipline keuze vak.
Overzicht
In totaal bieden we nu dus 9 discipline uniform vakken aan, en 2 context uniform vakken. Verder bieden de verdiepende lijnen HMI en OenI 3, en AvIS 2 verdiepende vakken aan binnen de discipline keuze. Daarmee bestaat de discipline keuze uit totaal 8 vakken.
Wat doen onze alumni?
We hebben geprobeerd een aantal basisrollen en -taken van onze alumni te definieren in een matrix. Op de verticale as van de matrix staan de fasen uit de levenscyclus van een informatiesysteem. Wij denken dat onze alumni werkzaam zijn jn een of meerdere van deze fasen. Op de horizontale as staan de verschillende rollen waarin de bachelor informatiekunde werkzaam kan zijn. De termen en ook de indeling van deze matrix staan uiteraard niet vast. Welke activiteiten moeten in de cellen van de matrix zouden staan?
De vragen zijn: welke taken voeren de alumni uit, welke werkwijzen gebruiken ze daarbij, en welke instrumenten/kennis/vaardigheden hebben ze daarbij nodig?
| Taken/Rollen | Uitvoerder | Adviseur | Projectmanager |
| Analyse | probleemanalyse, situatieanalyse, data-analyse, taakanalyse, bruikbaarheidsanalyse, requirementsanalyse, haalbaarheidsanalyse, oplosmethodes, bestaande tools, literatuur, statistische analyse, doelgroepenonderzoek | haalbaarheidsanalyse, state of the art survey, gesprekken voeren, documenten lezen, business process/informatiestroom analyse, kosten/baten analyse (zowel financiele als andere waarden) workflowanalyse, cultuuranalyse,data-analyse, trend analyse technologie, knowledge audit, markt analyse, kostenraming IT implementatie opstellen, communicatieanalyse, media analyse, statistische analyse | haalbaarheidsanalyse, risicoanalyse, kosten/batenanalyse, resource analyse |
| Ontwerpen | conceptueel ontwerp, kiezen van oplosmethode, modelleren (taken, data, objecten, relaties,...), UI-ontwerp en evaluatie, functionele specificatie opstellen, test scenario's ontwikkelen | Modelleren bedrijfsprocessen en verandertrajecten, Kennismodel opstellen, Modelleren/opstellen Enterprise Architecture, functionele specificatie opstellen, functionele testen ontwikkelen, procesbeschrijvingen/kwaliteitsprocedures opstellen | projectplan opstellen, resource allocation |
| Productie | prototypes maken, (heuristische) evaluatie, UI-ontwikkeling, werkbelasting-analyse, veiligheidsanalyse, simulatie, systeem maken, systeem en integratietesten, conversies uitvoeren | (mede) leiding geven aan (verander)projecten, selectie van informatiesystemen, uitrol/implementatieplan opstellen, beslissingsondersteuning, beoordelen van softwareleveranciers, softwareapplicatie configuratie, functioneel testen | inhuur, outsourcing, projectmanagement, onderhandelen met leveranciers, managen teammembers, project monitoring, Service Level Agreements opstellen, informatie- en communicatieplan opstellen |
| Uitvoering (implementatie in context) | transfer van de oplossing (overdracht naar opdrachtgever en gebruikers, manuals schrijven, testen in context). Software project management. | meten van effecten, verandermanagement, gebruikerstrainingen, verandermanagement, pilot uitvoeren | projectleiding, contact met stakeholders, project monitoring, kwaliteitsbewaking |
| Gebruik en Beheer | onderhoud software, updates, functioneel beheer | opzetten/vormgeven onderhoudsorganisatie (bijv obv ITIL), beheren van inzichten, monitoren van gebruik software, gebruikerstevredenheidsonderzoek uitvoeren, initeren van verbeterprojecten obv feedback | overdracht naar de beheersorganisatie, projectevaluatie |
Naast de bovenstaande taken hebben we de taken manager, ondernemer, onderzoeker, en docent/begeleider nader bekeken. We denken echter dat de specifieke invulling van die taken vooral in de master aan bod komt.
Welke instrumenten, kennis en vaardigheden hebben de alumni nodig bij het uitvoeren van hun taken? In de onderstaande tabel proberen we de taken te vertalen naar instrumenten, kennis, en vaardigheden.
| Taken/Rollen | Uitvoerder | Adviseur | Projectmanager | Eisen Master |
| Analyse | multimediatoepassingen, basiskennis en -vaardigheden multimedia, usability, datamodelleren, databases, human-media interactie, groupware, formele technieken, netwerken, computer- en systeemarchitectuur, softwareontwikkeling(smethodes) (JJ) , websitetechnieken, documentaire informatiesystemen, perceptie/cognitie, adaptive hypermedia, statistiek, communicatie- en informatietheorie, communicatievaardigheden, interfacetechnieken, ubiquitous computing | leiderschap, teamwork, ethiek, managementtheorieen, organisatiecultuur en -structuur, usability, verandermanagement, risicomanagement, onderzoeksmethodes, softwareontwikkelingsmethodes, psychologie/cognitie, systeemarchitectuur, beslissingsondersteuning, menselijke communicatieprocessen, mens-machine interactie, strategisch management, bedrijfsprocessen (zoals logistiek, productie, r&d, marketing, financiën), kenniselicitatie en -modellering, communicatietheorie, kennismanagement, mediatheorie, interactietheorie, privacy & ethiek, statistiek, IT standaards, organisatietheorie, bedrijfsinformatiesystem (zoals workflow, ERP, MIS, DSS, CSCW etc), (organizational) learning, begrotingsmethoden (project dan wel sw ontwikkeling), virtuele/online teams, IT governance, business networks, outsourcing, business/IT alignment, IS strategy, accounting & finance, databases/warehousing, e-business en electronic markets | zie 'adviseur' | Statistical methods and techniques, ICT in the enterprise, ICT topics in an organizational context, Strategic Management, Organizational development and ICT |
| Ontwerpen | implementatietechnieken, XML, javascript/java, flash, querytalen, interfacetechnieken, databases, websiteontwerp, user profiling, UI-ontwerp, systeem-/informatiebeveiliging, internetontwikkelomgevingen, information retrieval, ubiquitous computing | gespreksvaardigheden, argumentatievaardigheden, presentatievaardigheden, rapportagevaardigheden, UML, method engineering, (product)softwareontwikkelingsmethoden, computer en netwerk architecturen, business engineering, business process management, data-en procesmodelering, enterprise en informatie architectuur, simulatie | coaching | Database technology, System development methodologies, techniques and standards, Telematics and system architecture |
| Productie | programmeertalen, statistiek | testmethoden, (product)softwareontwikkelingsmethoden, ubiquitous computing | coaching | Imperative programming, System development methodologies, techniques and standards |
| Uitvoering (implementatie in context) | testmethoden, statistiek | implementatiemethoden, verandermanagement, project management, Prince2, IT adoptie | coaching, project management, verandermanagement | |
| Gebruik en Beheer | systeemdocumentatie | ITIL, informatiemanagement, management van de IT functie | projectevaluatie | |
--
JohanJeuring - 11 Jun 2010