Studeren aan een universiteit betekent zelfstandig werken. Thuis studeren
is veel belangrijker dan op het vwo. Er wordt ook van je verwacht dat
je zélf bijhoudt wat je precies moet bestuderen, wanneer je opdrachten
moet inleveren et cetera. Uiteraard vergt dit een flinke dosis inzet en
zelfdiscipline. Verder moet je er rekening mee houden dat veel studieboeken
engelstalig zijn en het dus meer tijd kost de stof te bestuderen.
.
De meeste stof krijg je aangereikt in de vorm van studieopdrachten, hoorcolleges,
werkcolleges, werkgroepen en practica, die je thuis moet voorbereiden
en uitwerken. Tijdens een hoorcollege behandelt de docent de stof in grote
lijnen. Vervolgens werk je deze stof uit in werkcolleges, werkgroepen
en practica.
.
Tijdens een werkcollege of een werkgroep bespreek je de theorie en maak je een
aantal opgaven. Teamwerk met medestudenten wordt aangemoedigd, want in
je toekomstige beroep werk je waarschijnlijk zelden in je eentje. Goed
samenwerken en communiceren blijkt vaak net zo moeilijk te zijn als
de eigenlijke opgave.
.
Tijdens een practicum werk je achter de computer een studieopdracht uit. Het instituut
beschikt hiertoe over alle technische infrastructuur. De opdracht kan inhouden dat je een probleemanalyse uitwerkt.
Maar het kan ook zijn dat je bepaalde informatie moet opzoeken op internet,
speciale software leert gebruiken voor bijvoorbeeld samenwerken op afstand,
of meer inzicht krijgt in multimedia.
.
Bachelor en master
De driejarige bacheloropleiding informatiekunde rond je af met een diploma.
In Utrecht kun je daarna instromen in een van de informatiekunde masterprogramma's, zoals Content & Knowledge Engineering of Business Informatics.
In Nederland zijn dit de enige tweejarige masterprogramma's op gebied van informatiekunde. De andere universiteiten bieden slechts eenjarige masterprogramma's aan.
In Utrecht krijg je de titel MSc, elders niet.
.
Studeren in het buitenland
Informatiekunde is een internationaal vakgebied. Als je dat wilt, kun
je - zonder tijdverlies - een deel van je studie aan een buitenlandse
universiteit volgen. Zo zijn er uitwisselingsprogramma's met
universiteiten in Finland, Engeland, Frankrijk, België, Duitsland,
Griekenland, Spanje, Denemarken, Italië en de Verenigde Staten. Andersom
komen er ook regelmatig buitenlandse studenten naar Utrecht om bepaalde
colleges te volgen.
.
Studievereniging
A-Eskwadraat is de studievereniging voor studenten wiskunde,
informatica, informatiekunde, natuur- en sterrenkunde en geofysica. Het
is een actieve vereniging die veel organiseert. Denk aan de boekenverkoop,
de ouderdag, symposia, buitenlandse studiereizen, excursies, de bedrijvendag,
sporttoernooien, borrels en feesten. Iedereen die zin heeft, kan meeorganiseren.
In de ongeveer twintig commissies is jaarlijks plaats voor tachtig actieve
leden. Je kunt A-Eskwadraat bereiken op
www.a-eskwadraat.nl [nieuw venster].
Informatiekunde heeft ook samen met informatica nog een eigen studievereniging: Sticky. Bijna 200 studenten zijn lid van deze vereniging die activiteiten
organiseert die de specifieke interesse hebben van studenten van beide opleidingen.
.
VEEL VOORKOMENDE VRAGEN
Hoe worden studenten begeleid tijdens de studie?
Er is een vaste studie-adviseur voor Informatiekunde waar alle studenten
langs kunnen gaan met inhoudelijke studie-problemen.
Voor algemene informatie over studiefinanciering, in- en uitschrijving, verzoeken
aan de examencommissie en onderwijsbestuur, keuzevakken en studeren in het buitenland,
of als je niet weet waar je met een bepaalde vraag moet zijn, kun je terecht bij de studiecoordinator.
Voor de gehele begeleiding van je bacheloropleiding kun je te allen tijde terecht bij je eigen tutor.
Verder organiseert de Universiteit
Utrecht allerlei studievaardigheidscursussen.
.
Moet ik veel programmeren in de opleiding?
Nee. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat je de hele tijd achter een beeldscherm zit.
Alleen in het eerste jaar krijg je 1 module die helemaal over programmeren
gaat.
.
Hoeveel uur krijg ik les?
In het eerste jaar ruwweg 5 uur college, 5 uur werkcollege, 5 uur practicum en 25 uur zelf werken.
In latere jaren zal je ook in een team aan een groot project werken.
.
Hoe massaal zijn de colleges?
Niet! De aantallen bij Informatiekunde zijn heel overzichtelijk en hoorcolleges worden
altijd afgewisseld met andere werkvormen. De (werk)college- en practicumgroepen zijn
altijd rond de 20. Als de groepen groter worden, worden ze
opgesplitst. Specialisatievakken in latere jaren zijn nog kleiner.
.
Kan ik naar het buitenland?
Er zijn uitwisselingsmogelijkheden met diverse universiteiten in de
Verenigde Staten en
alle Europese landen. Vakken die je daar volgt tellen ook voor de studie in Utrecht.
.
Hoe groot is het afvalpercentage?
Het percentage bedraagt ongeveer 30%.
Dit komt o.a. door verkeerde studiekeuze en een handjevol minder serieuze studenten,
of studenten met te weinig zelfdiscipline. Ten opzichte van de middelbare school wordt er
meer eigen verantwoordelijkheid gevraagd.
.