Recht en informatica

Website:website met extra informatie
Vakcode:INFORI
Studiepunten:7.5 ECTS
Periode:periode 4 (week 17 t/m 27, dwz 22-4-2013 t/m 5-7-2013; herkansing week 34)
Timeslot:A
Deelnemers:tot nu toe 92 inschrijvingen
Rooster:Let op: m.i.v. het collegejaar 2008/2009 is het rooster te vinden in Osiris
Docenten:
vormgroeptijdweekzaaldocent
college   ma 11.00-12.4517-20 ANDRO-C101 Henry Prakken
 
22-23 ANDRO-C101
25-26 ANDRO-C101
werkcollege groep 1 wo 9.00-10.4518-20 BBL-075 Peter de Waal
 
22-26 BBL-075
groep 2 wo 9.00-10.4518-20 BBL-077 Gerard Tel
 
22-26 BBL-077
groep 3 wo 11.00-12.4518-20 BBL-075 Peter de Waal
 
22-26 BBL-075
groep 4 wo 11.00-12.4518-20 BBL-077 Henry Prakken
 
22-26 BBL-077
Tentamen:
week: 27di 2-7-201317.00-20.00 uurzaal: EDUC-GAMMA
week: 34wo 21-8-20139.00-12.00 uurzaal: BBL-001aanvullende toets
Inhoud:

Wie tegenwoordig als informaticus gaat werken, wordt haast onvermijdelijk met juridische vragen geconfronteerd. Automatiseringsprojekten worden vastgelegd in kontrakten, en als er iets misgaat, rijst de vraag wie aansprakelijk is. Het internet maakt nieuwe vormen van zakendoen (e-commerce) mogelijk, die om nieuwe vormen van juridische bescherming vragen. Ook maakt het internet grootschalige vormen van misbruik en criminaliteit mogelijk: denk aan het uitwisselen van software en digitale muziek, maar ook van kinderporno of racistisch materiaal. Tenslotte laten internetgebruikers vele digitale sporen na, wat vragen oproept omtrent de privacybeschermning.

Daarnaast wordt de ICT steeds vaker en grootschaliger ingezet in het recht en het openbaar bestuur. Zo wordt het kontakt tussen burger en overheid steeds meer digitaal (e-democracy, e-government), en wordt ICT steeds vaker ingezet bij de ondersteuning van rechtspraak, wetsuitvoering en advocatuur, in de vorm van bijvoorbeeld databanken, kennissystemen, en 'case management' systemen. Juridische geschillen over e-commerce kunnen tegenwoordig soms zelfs on-line uitgevochten worden. Tenslotte kan ICT zorgen voor technische bescherming van juridische rechten, zoals bij 'digital rights management'.

In het eerste (en grootste) deel van dit vak zullen juridische aspecten van informatica behandeld worden, zoals aansprakelijkheid bij automatiseringsprojekten en van internetproviders, digitale kontrakten, intellectuele eigendom van software en digitale informatie, computercriminaliteit, en privacybescherming. Dit deel heeft tot doel om de student bewust te maken van de juridische kwesties waarmee een informaticus in de beroepspraktijk geconfronteerd kan worden.

In het tweede (kleinere) deel maakt de student kennis met de voornaamste informaticatoepassingen in het recht en het openbaar bestuur. Doel van dit deel is om te laten zien hoe de informatica ingezet kan worden bij het reguleren van de samenleving, inclusief het bevorderen van democratie en goed bestuur.

Literatuur:
  • C.N.J. de Vey Mestdagh, J.J. Dijkstra & S.C. Huisjes, ICT Recht voor de Praktijk. Groningen: Noordhoff Uitgevers, 2008. ISBN 978-90-01-98442-7
  • Arnoud Engelfriet, De Wet op Internet, 3e editie. Eindhoven: Ius Mentis BV, 2013. ISBN 978-90-813360-8-6. Dit boek is legaal online beschikbaar.
  • Literatuurbundel Recht en Informatica, April 2013.
  • Verschillende online publikaties.
Werkvorm:Hoorcolleges en discussie-werkcolleges, wekelijkse huiswerkopdrachten. Aanwezigheid bij zes van de acht discussie-werkcolleges is verplicht. NB: dit vak heeft een beperkte capaciteit. UU-bachelorstudenten Informatica en Informatiekunde hebben voorrang op andere studenten.
Toetsvorm:Acht wekelijkse huiswerkopdrachten (gemaakt in drietallen), waarvan zes verplicht, en een afsluitend tentamen over de gehele stof. NB: deelname aan het tentamen staat alleen open voor wie aan de aanwezigheids- en inleververplichtingen heeft voldaan. Het eindcijfer wordt voor 40% bepaald door de zes hoogste cijfers voor de huiswerkopdrachten (alle zes opdrachtcijfers tellen even zwaar mee), en voor 60% door het tentamencijfer. Wie op elk van de zes beste opdrachten minstens een 6.0 scoort (waarvan minstens 4 maal minstens een 7.0), krijgt een bonus van maximaal een half punt op het eindcijfer, berekend met de formule 0,1*(gemiddeld cijfer zes beste opdrachten - 5.0). Wie een onvoldoende eindcijfer heeft krijgt de mogelijkheid om een tweede tentamen over dezelfde stof te maken, op voorwaarde dat de student deelgenomen heeft aan het eerste tentamen en het eindcijfer minstens een 4 is. Voor de berekening van het eindcijfer na het tweede tentamen blijven de opdrachtcijfers en de eventuele bonus staan.
Inspanningsverplichting voor aanvullende toets:Om aan de aanvullende toets te mogen meedoen moet de oorspronkelijke uitslag minstens 4 zijn.
wijzigen?