| Vakcode: | WIGDP04 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Studiepunten: | 5.72 ECTS (=4 oude studiepunten) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Periode: | periode 3 (week 2 t/m 9, dwz 6-1-2003 t/m 28-2-2003; herkansing week 19) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Deelnemers: | tot nu toe 61 inschrijvingen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Rooster: | Dit is een oud rooster!
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Inhoud: | Moderne programmatuur is opgebouwd uit vele componenten
die tamelijk onafhankelijk van elkaar
(asynchroon) en ook niet altijd perfect werken.
Dit is nodig omdat je wilt dat toepassingen diverse taken
tegelijk uit kunnen voeren: een browser bijvoorbeeld houdt
het scherm up-to-date tijdens het laden van documenten.
Om samenwerking tussen die componenten goed te laten verlopen
is een goede onderlinge afstemming nodig van
wat de verschillende componenten doen en hoe gemeenschappelijke
data wordt gebruikt.
Het college behandelt technieken waarmee deze "multi-threaded"
software en gedistribueerde applicaties kunnen worden ontworpen.
We behandelen eerst klassieke methoden van synchronisatie van processen die dezelfde name-space hebben. Later bekijken we een objectgeoriënteerde benadering, waarbij we zullen zien hoe objecten zo te implementeren zijn dat ze door meerdere processen gelijktijdig kunnen worden aangeroepen. Ook kijken we naar typische vraagstellingen bij processen die met behulp van berichten communiceren. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Literatuur: | Gerard Tel,
Collegedictaat Gedistribueerd Programmeren, versie 2003. (Deze versie is gewijzigd ten opzichte van eerdere versies.) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Werkvorm: | De hoofdonderwerpen synchronisatie en message-passing worden elk in een grote programmeeropgave bestudeerd; deze opgaven worden in tweetallen gemaakt. Er is tweemaal per week praktikumbegeleiding. Als ondersteuning bij dit praktikum, en voor verdere theoretische kennis is er tweemaal per week een hoorcollege. Voor het maken van de opgaven uit het diktaat is er eenmaal per week assistentie. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Toetsvorm: | Het vak wordt beoordeeld aan de hand van de twee praktikumopgaven en twee toetsen (tussentoets en eindtoets). De praktikumopgaven bepalen elk 25% van het eindcijfer, de tussentoets 20% en de eindtoets 30% | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Inspanningsverplichting voor aanvullende toets: | Om aan de aanvullende toets te mogen meedoen is ontbreken van ten hoogte 1 toetsactiviteit toegestaan. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||