Department of Information and Computing Sciences

Departement Informatica Onderwijs
Bachelor Informatica Informatiekunde Kunstmatige intelligentie Master Computing Science Game&Media Technology Artifical Intelligence Business Informatics

Onderwijs Informatica en Informatiekunde

Vak-informatie Informatica en Informatiekunde

Multimedia

Vakcode:INFOMM
Studiepunten:7.5 ECTS (=5.25 oude studiepunten)
Periode:periode 1 (week 36 t/m 45, d.w.z. 8-9-2005 t/m 11-11-2005; herkansing week 1)
Timeslot:C
Deelnemers:tot nu toe 117 inschrijvingen
Rooster:Dit is een oud rooster!
vormgroeptijdweekzaaldocent
college   di 13-1537-44 MIN-208 Hans Voorbij
Christof van Nimwegen
Frans Wiering
     
practicum          Brigitte Burgemeestre
Jeroen Tops
Poyan Karbor
Marc den Hoed
Erlijn van Genuchten
     
groep 1 di 15-1737-44 BBL-515
groep 2 di 15-1737-44 BBL-516
groep 3 di 15-1737-44 BBL-518
groep 4 di 15-1737-44 BBL-520
groep 5 di 15-1737-44 BBL-458
groep 6 di 15-1737-44 BBL-458
werkcollege groep 1 ma 13-1537-44 BBL-461 Christof van Nimwegen
Frans Wiering
   
groep 2 ma 13-1537-44 BBL-468 Hans Voorbij
 
groep 3 ma 15-1737-44 BBL-461 Christof van Nimwegen
Frans Wiering
   
groep 4 ma 15-1737-44 BBL-468 Hans Voorbij
 
groep 5 di 11-1337-44 BBL-461 Christof van Nimwegen
Frans Wiering
   
groep 6 di 11-1337-44 BBL-468 Hans Voorbij
 
Inhoud:

Als je twee of meer digitale media (tekst, beeld, geluid, video, animatie) met elkaar integreert en daaraan een vorm van interactiviteit koppelt, spreken we van multimedia. In dit vak maak je kennis met standaarden, principes en technologieën waarop digitale media gebaseerd zijn en de karakteristieken van deze media.
We besteden aandacht aan markup-talen, in het bijzonder HTML en CSS. Je maakt kennis met technieken die bij beeld (bitmaps, vector graphics, video), geluid en animatie worden gebruikt. We staan stil bij principes van interactiviteit, toegankelijkheid en gebruik van multimedia.
Het gaat bij dit vak om kennis van en inzicht in het gebruik van multimedia, niet om het aanleren van applicaties. Je wordt dus niet opgeleid tot een volleerde "Flash-master".

In de hoorcolleges worden de digitale media in grote lijnen behandeld.
Tijdens de werkcolleges verkennen we uiteenlopende (bekende en minder bekende) toepassingen van multimedia. De werkcolleges zijn vooral bedoeld voor wie weinig of geen ervaring heeft met multimedia-software en -toepassingen.
In het begeleide practicum leer je werken met multimedia-software, in het bijzonder Fireworks en Flash.
De drie individuele opdrachten bouwen voort op het practicum: 1) je maakt met HTML en CSS een website voor je eigen portfolio; 2) je bewerkt digitale foto's (bitmapped en vector graphics); 3) je maakt een kleine 2D-animatie.

Literatuur:
  • Nigel Chapman & Jenny Chapman, Digital Multimedia, Second Edition. John Wiley & Sons, 2004, ISBN: 0-470-85890-7 -- prijs ca. $ 60
    Let op: uitsluitend de second edition -- de eerste editie is verouderd
  • enkele artikelen -- precieze gegevens volgen te gelegener tijd via de website met extra informatie.
  • aanbevolen software: Macromedia Studio MX 2004 (met o.a. Fireworks, Dreamweaver en Flash)-- voor ca. 20 euro te verkrijgen bij www.surfspot.nl via de regeling voor universitaire campuslicenties
Werkvorm:Hoorcollege (2 uur per week), werkcollege (2 uur per week), begeleid practicum (2 uur per week), zelfstudie. Buiten de ingeroosterde uren is er gelegenheid om onbegeleid practicumwerk te verrichten.
Van de student wordt verwacht dat hij/zij de voor de betreffende week voorgeschreven leesstof voorafgaande aan het werkcollege heeft bestudeerd.
Toetsvorm:

Het vak wordt beoordeeld aan de hand van 3 individuele opdrachten (die voor een vastgestelde deadline moeten zijn ingeleverd) en 2 schriftelijke toetsen. Als twee of meer van de opdrachten niet zijn ingeleverd of aan beide toetsen niet is meegedaan, wordt er geen eindcijfer gegeven maar blijft het vak "onvoltooid".
Het gemiddelde cijfer van de individuele opdrachten (O1, O2, O3), die elk even zwaar tellen, is het opdrachtencijfer O. Het gemiddelde cijfer van de schriftelijke toetsen (T1, T2), die elk even zwaar tellen, is het toetscijfer T. Het eindcijfer ontstaat door afronding van (O + T)/2. Afronding gebeurt op halven boven de zes en helen onder de zes; dus 5.5 wordt 6 en 5.4 wordt 5.
Voor de individuele opdrachten is een herkansing (= aanvullende opdracht) mogelijk als er hooguit één opdracht niet is ingeleverd. Het behaalde cijfer kan worden ingezet voor een van de individuele opdrachten naar keuze; de herkansing gaat over de hele practicumstof, ongeacht voor welke opdracht zij als vervanging wordt ingezet. Voor de schriftelijke toetsen geldt: herkansing (= aanvullende toets) als er aan tenminste één toets is deelgenomen; het behaalde cijfer kan worden gebruikt om een onvoldoende of ontbrekend cijfer te vervangen; de herkansing gaat over de gehele tentamenstof. De herkansing vindt plaats ongeveer halverwege onderwijsperiode 2.
Bij de schriftelijke toetsen mag geen literatuur worden gebruikt.

Inspanningsverplichting voor aanvullende toets:Voor de individuele opdrachten is een herkansing (= aanvullende opdracht) mogelijk als er hooguit één opdracht niet is ingeleverd. Zie voorts "Toetsvorm".
Voor de schriftelijke toetsen geldt: herkansing (= aanvullende toets) als er aan tenminste één reguliere toets is deelgenomen. Zie voorts "Toetsvorm".
wijzigen?