Department of Information and Computing Sciences

Departement Informatica Onderwijs
Bachelor Informatica Informatiekunde Kunstmatige intelligentie Master Computing Science Game&Media Technology Artifical Intelligence Human Computer Interaction Business Informatics

Onderwijs Informatica en Informatiekunde

Vak-informatie Informatica en Informatiekunde

Grammatica's en ontleden

Te lang geleden voor docent- en roosterinformatie
Inhoud:Veel programma's hebben als input een rij symbolen. Deze rij symbolen heeft vrijwel altijd een structuur. Voorbeelden van zulke rijen symbolen zijn programma's in een of andere programmeertaal, over het internet in pakketvorm verstuurde informatie, of informatie die door een programma in een file is weggeschreven met de bedoeling door een ander programma weer ingelezen te worden.

Dergelijke structuren worden beschreven met behulp van grammatica's. Vanuit deze beschrijving kunnen automatisch programma's gegenereerd worden die deze structuur herkennen. Dit herkennisproces is een belangrijk component van veel programma's (bijvoorbeeld vertalers), en ook de beschrijving van het vertaalproces maakt gebruik van dergelijke grammaticale formalismen.

Door speciale klassen van grammatica's te gebruiken kun je al dan niet meer van de structuur uitdrukken, of tevoren garanderen dat je de structuur gemakkelijk (bijvoorbeeld in lineaire tijd) kunt herkennen.

In dit vak leer je zelf grammatica's te ontwerpen, hoe hiervoor ontleders te construeren en hoe de resultaten van deze ontleders verder te gebruiken.

Literatuur:Collegediktaat: Grammars and Parsing. Auteurs: Johan Jeuring en Doaitse Swierstra. We gebruiken de versie van September 2006.
Werkvorm:Per week 2 maal 2 uur hoorcollege, waarin nieuwe concepten en voorbeelden worden gepresenteerd. Daarnaast per week 2 maal 2 uur geintegreerd werkcolle/practicum, waarbij omder andere, maar niet uitsluitend, wordt gewerkt aan een aantal in te leveren computerprogramma's.
Toetsvorm:Het vak wordt beoordeeld aan de hand van twee toetsen (T1,T2) en drie practica (P1,P2,P3). Het totaalcijfer voor de toetsen (T) is 0.5*T1+0.5*T2 en het totaalcijfer voor de practica (P) is 0.2*P1+0.4*P2+0.4*P3. Het eindcijfer voor het vak is dan (T+P)/2 onder de voorwaarde dat P>=5 en T>=5. Als aan die voorwaarde niet is voldaan, is het eindcijfer het minimum van P en T. Afronding gebeurt op halven boven de zes en op helen onder de zes, dus 5.5 wordt 6 en 5.4 wordt 5. Als een van de vijf cijfers ontbreekt, blijft het vak 'onvoltooid'. Bij het tentamen mag geen literatuur worden gebruikt. Eventueel kan er een een aanvullende toets worden gedaan (in de herkansingsweek halverwege de periode volgend op het vak). Je kunt hierbij T1 of T2 herkansen, maar niet allebei (om een onvoldoende of een ontbrekend cijfer te vervangen). Als aanvullende toets voor het practicum kan er een extra practicumopdracht worden gemaakt, die je kunt inzetten voor een van P1, P2 en P3 (om een onvoldoende of een ontbrekend cijfer te vervangen).
Inspanningsverplichting voor aanvullende toets:Om aan de aanvullende toets te mogen meedoen moet de oorspronkelijke uitslag minstens 4 zijn.
wijzigen?