Grammatica's en ontleden

Website:website met extra informatie
Vakcode:INFOGONT
Studiepunten:7.5 ECTS (=5.25 oude studiepunten)
Periode:periode 2 (week 47 t/m 5, dwz 17-11-2003 t/m 30-1-2004; herkansing week 9)
Deelnemers:tot nu toe 75 inschrijvingen
Rooster:Dit is een oud rooster!
vormgroeptijdweekzaaldocent
college   di 09-1147-51,2-4 BBL-105b Jeroen Fokker
 
do 09-1147-51,2-4 BBL-105b
werkcollege groep 1 di 13-1547-51,2-4 BBL-461 Jeroen Fokker
Wouter Swierstra
  
BBL-468
do 11-1347-51,2-4 BBL-461
BBL-468
groep 2 wo 11-1347-51,2-4 BBL-461 Andres Löh
Arie Middelkoop
  
BBL-468
vr 13-1547-51,2-4 BBL-461
BBL-468
Inhoud:Veel programma's hebben als input een rij symbolen. Deze rij symbolen heeft vrijwel altijd een structuur. Voorbeelden van zulke rijen symbolen zijn programma's in een of andere programmeertaal, over het internet in pakketvorm verstuurde informatie, of informatie die door een programma in een file is weggeschreven met de bedoeling door een ander programma weer ingelezen te worden.

Dergelijke structuren worden beschreven met behulp van grammatica's. Vanuit deze beschrijving kunnen automatisch programma's gegenereerd worden die deze structuur herkennen. Dit herkennisproces is een belangrijk component van veel programma's (bijvoorbeeld vertalers), en ook de beschrijving van het vertaalproces maakt gebruik van dergelijke grammaticale formalismen.

Door speciale klassen van grammatica's te gebruiken kun je al dan niet meer van de structuur uitdrukken, of tevoren garanderen dat je de structuur gemakkelijk (bijvoorbeeld in lineaire tijd) kunt herkennen.

In dit vak leer je zelf grammatica's te ontwerpen, hoe hiervoor ontleders te construeren en hoe de resultaten van deze ontleders verder te gebruiken.

Literatuur:Collegediktaat: Grammatica's en ontleden.
Werkvorm:Per week 2 maal 2 uur hoorcollege, waarin nieuwe concepten en voorbeelden worden gepresenteerd. Daarnaast per week 2 maal 2 uur geintegreerd werkcolle/practicum, waarbij omder andere, maar niet uitsluitend, wordt gewerkt aan een aantal in te leveren computerprogramma's.
Toetsvorm:Het vak wordt beoordeeld aan de hand van twee toetsen (T1,T2) en drie practica (P1,P2,P3). Het totaalcijfer voor de toetsen (T) is 0.4*T1+0.6*T2 en het totaalcijfer voor de practica (P) is 0.2*P1+0.4*P2+0.4*P3. Het eindcijfer voor het vak is dan (T+P)/2 onder de voorwaarde dat P>=5 en T>=5. Als aan die voorwaarde niet is voldaan, is het eindcijfer het minimum van P en T. Afronding gebeurt op halven boven de zes en op helen onder de zes, dus 5.5 wordt 6 en 5.4 wordt 5. Als een van de vijf cijfers ontbreekt, blijft het vak 'onvoltooid'. Bij het tentamen mag geen literatuur worden gebruikt. Eventueel kan er een een aanvullende toets worden gedaan (in de herkansingsweek halverwege de periode volgend op het vak). Het cijfer hiervoor kun je inzetten voor een van T1 of T2 (om een onvoldoende of een ontbrekend cijfer te vervangen). Als aanvullende toets voor het practicum kan er een extra practicumopdracht worden gemaakt, die je kunt inzetten voor een van P1, P2 en P3 (om een onvoldoende of een ontbrekend cijfer te vervangen). Herkansings-practicum en -toets gaan over de hele stof, ongeacht voor welk van de drie hij als vervanging geldt.
Inspanningsverplichting voor aanvullende toets:Om aan de aanvullende toets te mogen meedoen is ontbreken van ten hoogte 1 toetsactiviteit toegestaan.
wijzigen?