Gedistribueerd programmeren

Website:website met extra informatie
Vakcode:INFOGDP
Studiepunten:7.5 ECTS
Periode:periode 4 (week 17 t/m 27, dwz 26-4-2011 t/m 8-7-2011; herkansing week 34)
Timeslot:A
Deelnemers:tot nu toe 83 inschrijvingen
Rooster:Let op: m.i.v. het collegejaar 2008/2009 is het rooster te vinden in Osiris
Docenten:Dit is een oud rooster!
vormgroeptijdweekzaaldocent
college   ma 9.00-10.4518-21 MIN-211 Gerard Tel
 
23 MIN-211
25-26 MIN-211
wo 9.00-10.4517-21 MIN-211
23-26 MIN-211
practicum          Wishnu Prasetya
Alessandro Vermeulen
Gerrit Wiltink
   
werkcollege          Wishnu Prasetya
Alessandro Vermeulen
Gerrit Wiltink
   
groep 1 wo 11.00-12.4518 BBL-205
19-21 BBL-161
23-26 BBL-161
groep 2 ma 11.00-12.4518-21 BBL-061
23 BBL-061
25-26 BBL-061
wo 11.00-12.4518-21 BBL-201
23-26 BBL-201
Inhoud:Moderne programmatuur is opgebouwd uit vele componenten die tamelijk onafhankelijk van elkaar (asynchroon) en ook niet altijd perfect werken. Dit is nodig omdat je wilt dat toepassingen diverse taken tegelijk uit kunnen voeren: een browser bijvoorbeeld houdt het scherm up-to-date tijdens het laden van documenten. Om samenwerking tussen die componenten goed te laten verlopen is een goede onderlinge afstemming nodig van wat de verschillende componenten doen en hoe gemeenschappelijke data wordt gebruikt. Het college behandelt technieken waarmee deze "multi-threaded" software en gedistribueerde applicaties kunnen worden ontworpen.

We behandelen eerst klassieke methoden van synchronisatie van processen die dezelfde name-space hebben. Later kijken we naar typische vraagstellingen bij processen die met behulp van berichten communiceren. Ook bekijken we een objectgeorienteerde benadering, waarbij we zullen zien hoe objecten zo te implementeren zijn dat ze door meerdere processen gelijktijdig kunnen worden aangeroepen.

Literatuur:Gerard Tel, Collegediktaat Gedistribueerd Programmeren, versie voorjaar 2011.
Werkvorm:Het vak bestaat uit een hoorcollege, werkcollege en een praktikum. Het praktikum maak je in tweetallen; in principe onbegeleid, maar tijdens de werkcolleges kun je ook vragen stallen over je praktikumopgave.
Toetsvorm:Er zijn vier toetsonderdelen, namelijk twee praktikumopgaven en twee schriftelijke toetsen (tussentoets en eindtoets). Bij het ontbreken van een van de toetsonderdelen geldt het vak als onvoltooid.

Je moet voor elk onderdeel een 4 of hoger halen; het eindcijfer is dan het gemiddelde (waarbij de eerste toets 20% telt, de tweede toets 30%, en elk praktikum 25%). Is een van je deelcijfers lager dan een 4, dan kan je eindcijfer nooit hoger dan een 5 zijn.

Inspanningsverplichting voor aanvullende toets:Om aan de aanvullende toets te mogen meedoen moet de oorspronkelijke uitslag minstens 4 zijn.
wijzigen?