Department of Information and Computing Sciences

Departement Informatica Onderwijs
Bachelor Informatica Informatiekunde Kunstmatige intelligentie Master Computing Science Game&Media Technology Artifical Intelligence Business Informatics

Onderwijs Informatica en Informatiekunde

Vak-informatie Informatica en Informatiekunde

Gedistribueerd programmeren

Te lang geleden voor docent- en roosterinformatie
Inhoud:Moderne programmatuur is opgebouwd uit vele componenten die tamelijk onafhankelijk van elkaar (asynchroon) en ook niet altijd perfect werken. Dit is nodig omdat je wilt dat toepassingen diverse taken tegelijk uit kunnen voeren: een browser bijvoorbeeld houdt het scherm up-to-date tijdens het laden van documenten. Om samenwerking tussen die componenten goed te laten verlopen is een goede onderlinge afstemming nodig van wat de verschillende componenten doen en hoe gemeenschappelijke data wordt gebruikt. Het college behandelt technieken waarmee deze "multi-threaded" software en gedistribueerde applicaties kunnen worden ontworpen.

We behandelen eerst klassieke methoden van synchronisatie van processen die dezelfde name-space hebben. Later kijken we naar typische vraagstellingen bij processen die met behulp van berichten communiceren. Ook bekijken we een objectgeoriënteerde benadering, waarbij we zullen zien hoe objecten zo te implementeren zijn dat ze door meerdere processen gelijktijdig kunnen worden aangeroepen.

Literatuur:Gerard Tel, Collegediktaat Gedistribueerd Programmeren, versie September 2006 (eerdere versies zijn ook bruikbaar).
Werkvorm:Het vak bestaat uit een hoorcollege en een praktikum. Voor het praktikum is er wekelijks begeleiding. Verder is er wekelijks een werkcollege waar opgaven kunnen worden gemaakt en vragen kunnen worden gesteld.
Toetsvorm:Er zijn vier toetsonderdelen, namelijk twee praktikumopgaven en twee schriftelijke toetsen (tussentoets en eindtoets). Bij het ontbreken van een van de toetsonderdelen geldt het vak als onvoltooid.

Je moet voor elk onderdeel een 4 of hoger halen; het eindcijfer is dan het gemiddelde (waarbij de eerste toets 20% telt, de tweede toets 30%, en elk praktikum 25%). Is een van je deelcijfers lager dan een 4, dan kan je eindcijfer nooit hoger dan een 5 zijn.

Inspanningsverplichting voor aanvullende toets:In de aanvullende toetsing kun je een deeltoets overdoen (tussen of eindtoets), en een praktikumopgave (over-) maken. Om aan de verlengde toets mee te mogen doen, moet je al minstens een schriftelijke toets en een praktikumopgave hebben ingeleverd. Als je in de reguliere toetsing al een eindcijfer hebt gehaald, moet dat tenminste een 4 zijn.
wijzigen?