Gedistribueerd programmeren

Website:website met extra informatie
Vakcode:INFOGDP
Studiepunten:7.5 ECTS (=5.25 oude studiepunten)
Periode:periode 1 (week 36 t/m 46, dwz 2-9-2004 t/m 12-11-2004; herkansing week 52)
Timeslot:D1+D2
Deelnemers:tot nu toe 80 inschrijvingen
Rooster:Dit is een oud rooster!
vormgroeptijdweekzaaldocent
college   wo 15-1737-39,41 MIN-208 Gerard Tel
 
40 MIN-211
42,44,45 KRUYT-O111
vr 09-1136 BBL-105b
37-44 MIN-211
practicum groep 1 vr 11-1338-45 BBL-408
groep 2 vr 11-1338-45 BBL-412
werkcollege   wo 13-1538-42,44,45 BBL-420 Jurriaan Hage
Maarten Brak
Gert-Jan Schouten
   
Inhoud:Moderne programmatuur is opgebouwd uit vele componenten die tamelijk onafhankelijk van elkaar (asynchroon) en ook niet altijd perfect werken. Dit is nodig omdat je wilt dat toepassingen diverse taken tegelijk uit kunnen voeren: een browser bijvoorbeeld houdt het scherm up-to-date tijdens het laden van documenten. Om samenwerking tussen die componenten goed te laten verlopen is een goede onderlinge afstemming nodig van wat de verschillende componenten doen en hoe gemeenschappelijke data wordt gebruikt. Het college behandelt technieken waarmee deze "multi-threaded" software en gedistribueerde applicaties kunnen worden ontworpen.

We behandelen eerst klassieke methoden van synchronisatie van processen die dezelfde name-space hebben. Later bekijken we een objectgeoriënteerde benadering, waarbij we zullen zien hoe objecten zo te implementeren zijn dat ze door meerdere processen gelijktijdig kunnen worden aangeroepen. Ook kijken we naar typische vraagstellingen bij processen die met behulp van berichten communiceren.

Literatuur:Gerard Tel, Collegediktaat Gedistribueerd Programmeren, versie September 2003 of later.
(Deze versie is gewijzigd ten opzichte van 2002; het diktaat bevat nu 12 hoofdstukken.)
Werkvorm:Het vak bestaat uit een hoorcollege en twee grote praktikumopgaven. Voor het praktikum is er wekelijks begeleiding. Verder is er wekelijks een vragenuur (op het rooster aangegeven als werkcollege) waar opgaven kunnen worden gemaakt en vragen kunnen worden gesteld.
Toetsvorm:Het vak wordt beoordeeld aan de hand van de twee praktikumopgaven en twee toetsen (tussentoets en eindtoets). Elk van de onderdelen moet met tenminste een 4 zijn beoordeeld. De praktikumopgaven bepalen elk 25% van het eindcijfer, de eerste toets 20% en de tweede toets 30%. Ten hoogste een toets en een praktikum mogen worden overgedaan, mits voor de andere toets, resp. praktikumopgave, al tenminste een 4 is behaald. Voor meer details over de becijfering en de regeling voor verlengde toetsing, zie de website met aanvullende informatie.
Inspanningsverplichting voor aanvullende toets:Om aan de aanvullende toets te mogen meedoen is ontbreken van ten hoogte 1 toetsactiviteit toegestaan.
wijzigen?