Basisbegrippen Communicatie en Informatie

Website:website met extra informatie
Vakcode:INFOBCI
Studiepunten:7.5 ECTS
Periode:periode 4 (week 17 t/m 27, dwz 21-4-2008 t/m 4-7-2008; herkansing week 35)
Timeslot:A2+D1
Deelnemers:tot nu toe 75 inschrijvingen
Rooster:Dit is een oud rooster!
vormgroeptijdweekzaaldocent
college   wo 13-1517,19-21,23-26 AARD-klein Huub Prüst
Robbert-Jan Beun
   
coordinatie          Hans Voorbij
 
practicum          Thomas van Bruggen
Tom Oostvogels
  
groep 1 wo 15-1719-21,24-26 BBL-408
groep 2 wo 15-1719-21,24-26 BBL-412
werkcollege          Thomas van Bruggen
Tom Oostvogels
  
groep 1 wo 11-1319-21,24-26 BBL-471
groep 2 wo 09-1119-21,24-26 BBL-420
Inhoud:In deze module wordt een uitvoerig begrippenkader aangeleerd en worden verschillende modellen voor communicatie en informatie behandeld. Alhoewel de behandelde begrippen en modellen breed toepasbaar zijn, ligt de nadruk op menselijke informatieuitwisseling. Communicatie wordt in eerste instantie opgevat als een cooperatief proces waarbij twee of meer personen intentioneel informatie uitwisselen. We gaan in deze module enerzijds te rade bij een aantal filosofen om zien hoe over deze begrippen is nagedacht, anderzijds zullen we ook zien hoe communicatieve situaties en informatiestromen in de praktijk kunnen worden beschreven en gemodelleerd. De student doet onder meer kennis op over symbolen, verbale en nonverbale communicatie, leert wat de verschillen zijn tussen de betekenis en bedoeling en hoe de context van invloed is op de interpretatie van boodschappen. Daarnaast komen computationele modellen voor communicatie en dialoogsystemen aan de orde.
Cursusdoelen: het ontwikkelen van een begrippenkader en het verwerven van fundamentele kennis met betrekking tot communicatie en informatie. Studenten verkrijgen inzicht in de complexiteit van beide begrippen, in het bijzonder de complexiteit van menselijke communicatie.
Literatuur:Voor deze module wordt een reader gebruikt.
Werkvorm:Hoorcollege (2 uur per week), werkcollege (2 uur per week) en practicum (2 uur per week).
Toetsvorm:Tentamen (60%), practicumopdrachten (40%). Beide onderdelen moeten voldoende zijn. Het tentamen bestaat uit twee deeltoetsen: deeltoets 1 (50%) en deeltoets 2 (50%).
Inspanningsverplichting voor aanvullende toets:Het practicum (d.w.z. de opdrachten) kan niet herkanst worden. Om aan de aanvullende toets deel te kunnen nemen, moet de student een voldoende (minimaal 5.5) voor het practicum hebben behaald. Een eventuele aanvullende toets (in de herkansingsweek) vervangt het tentamen.
wijzigen?