| Website: | website met extra informatie |
| Vakcode: | INFOAR |
| Studiepunten: | 7.5 ECTS |
| Periode: | periode 2 (week 46 t/m 5, dwz 15-11-2010 t/m 4-2-2011; herkansing week 11)
|  |
| Timeslot: | C |
| Deelnemers: | tot nu toe 40 inschrijvingen |
| Rooster: | Let op: m.i.v. het collegejaar 2008/2009 is het rooster te vinden in Osiris |
| Docenten: | Dit is een oud rooster!
|
| Inhoud: | Een essentieel kenmerk van intelligente systemen is de manipulatie van
aanwezige kennis teneinde "nieuwe" kennis af te leiden. Veel van deze
technieken zijn samen te vatten onder de noemer automatisch redeneren. In
het college wordt achtereenvolgens behandeld: geschiedenis, taxonomie en
toepassingen AR, eenvoudige stellingenbewijzers op basis van semantische
bomen, het resolutieprincipe, Davis-Putnam procedure, 1e-orde
stellingenbewijzers, effect van het toevoegen van functiesymbolen en
gelijkheid, hyperresolutie, UR-resolutie, paramodulatie, Otter,
het testen op vervulbaarheid met behulp van stochastische algoritmen,
argumentatie, abductie, het genereren van nieuwe regels met inductie,
reinforcement leren van nieuwe regels, holistische vormen van redeneren
zoals bijvoorbeeld Thagard's coherentietheorie. In een begeleidend
practicum wordt je gevraagd een stellingenbewijzer te implementeren in Java. |
| Literatuur: | Gerard Vreeswijk, Automatisch Redeneren, collegedictaat versie 2009/2010. Te koop aan de balie. |
| Werkvorm: | Per week 2 keer 1 uur hoorcollege direct gevolgd door 1 uur practicum (dinsdag) of 1 uur werkcollege (donderdag). |
| Toetsvorm: | Het vak wordt beoordeeld aan de hand van twee toetsen (T1,T2) en twee practicumopdrachten (P1, P2). Het toetscijfer is gelijk aan het gemiddelde van de toetsen. Het practicumcijfer is gelijk aan het gemiddelde van de practicumresultaten. Er zijn inleveropgaven. Deze kunnen theoretisch of praktisch van aard zijn. Met zes als tenminste voldoende beoordeelde inleveropgaven kan een theoretische toets met een punt worden gecompenseerd. Met minder voldoendes geldt een proportionele verhoging. (Bv. drie voldoendes is goed voor een half punt compensatie op één theoretisch onderdeel.) Het eindcijfer bedraagt round(0.5*T+0.5*P). Afronding gebeurt op halven boven de zes en op helen onder de zes. Als een van de drie cijfers P1, P2, T ontbreekt, blijft het vak onvoltooid. Bij het tentamen mag een dubbelzijdig A4-aantekeningenblaadje worden gebruikt, maar geen literatuur. |
| Inspanningsverplichting voor aanvullende toets: | Om aan de aanvullende toets te mogen meedoen moet de oorspronkelijke uitslag minstens 4 zijn. |
| Beschrijving: | Een selectie van vaardigheden die in de loop van de cursus kunnen worden getoetst:
Het kunnen bewijzen van een propositioneel geldige sequent met behulp van
de klassieke tableaumethode. Uit het hoofd kennen van regels van KE en
SAKE, het kunnen bewijzen van een propositioneel geldige sequent met KE en
SAKE, kunnen beargumenteren van soundness en volledigheid van klassieke
tableaumethoden en KE (niet van SAKE), redelijk beoordelingsvermogen
hebben over mogelijkheden en onmogelijkheden van propositionele
stellingenbewijzers, bewijzen van een geldige sequent in 1e-orde calculus
met klassieke tableaumethode, met vrije-variabele tableaumethode, kunnen
aangeven welke 1e-orde termen unificeren en welke niet, zinnige
kanttekeningen kunnen plaatsen bij bewijs van correctheid / volledigheid
unificatiealgoritme, kunnen bewijzen van een geldige sequent in 1e-orde
calculus met gelijkheid met klassieke tableaumethode, kunnen bewijzen van
een geldige sequent in 1e-orde calculus met gelijkheid met vrije-variabele
tableaumethode, iets kunnen zeggen over heuristieken die worden toegepast
bij laatstgenoemde bewijsmethode, verschillende manieren voor
CNF/DNF/3CNF-conversie kunnen noemen en demonstreren, weten elke conversie
niet equivalentie-behoudend zijn, technieken beheersen om propositionele
en 1e-orde clause sets op te schonen, DPPL, DPP kunnen toepassen, zinnige
kanttekeningen kunnen plaatsen bij volledigheidsbewijs binaire resolutie,
weten wat hyperresolutie is en waarvoor het gebruikt wordt, verschil
kunnen aangeven tussen branche-merge en DPLL, fragmenten van 1e-orde
resolutie kunnen geven, termen kunnen demoduleren, eenvoudige
paramodulatie kunnen toepassen, algoritme GSAT kunnen reproduceren,
penalty-functie GSAT kunnen geven, geldigheid van geldige
epsilon-afleidingen kunnen bewijzen, ongeldigheid van ongeldige
epsilon-afleidingen kunnen bewijzen met behulp van tegenvoorbeelden,
verschil locaal/globaal argumenteren kunnen aangeven, via regressie
sterkste argument kunnen vinden, support kunnen
uitrekenen van proposities, stabiele verzamelingen van gerichte
argumentgraaf kunnen geven, statustoekenning aan argumenten in gerichte
argumentgraaf kunnen geven, discrete en reeelwaardige coherentienetwerken
kunnen beschrijven. Uit een enkele regels, data en tegenstellingen met
coherentieprincipes een coherentienetwerk kunnen opstellen, absolute en
relatieve maat voor globale coherentie kunnen geven, zinnige
kanttekeningen kunnen plaatsen bij connectionistische versie van
harmonisatiealgoritme.
|