| Website: | website met extra informatie |
| Vakcode: | INFLV |
| Studiepunten: | 6 ECTS (=4.2 oude studiepunten) |
| Periode: | periode 3 (week 2 t/m 9, dwz 6-1-2003 t/m 28-2-2003; herkansing week 19)
|
| Deelnemers: | tot nu toe 96 inschrijvingen |
| Rooster: | Dit is een oud rooster!
|
| Inhoud: | De student maakt kennis met een formele benadering van de propositie-
en predikatenlogica alsmede met het begrip verzameling (en
bewerkingen daarop) . De logica wordt zowel semantisch als deductief
gepresenteerd. Zo komen naast modellen ook deductieve benaderingen
zoals natuurlijke deductie en, voor zover de tijd toelaat,
Hilbert-stijl axiomatische systemen en resolutie aan de orde. |
| Literatuur: | Boek: John Kelly, The Essence of Logic,
Prentice Hall, ISBN 0-13-396375-6;
Reader |
| Werkvorm: | Hoorcollege (per week 2 keer 2 uur)
en werkcollege (per week 2 keer 2 uur) |
| Toetsvorm: | Tentamen |
| Inspanningsverplichting voor aanvullende toets: | Om aan de aanvullende toets te mogen meedoen is ontbreken van ten hoogte 1 toetsactiviteit toegestaan. |
| Beschrijving: | doelen:
De student kent de logische taal, kan daarin en daarover redeneren.
Hij/zij kent het modelbegrip, en kan aan de hand daarvan redeneringen
bewijzen of weerleggen. De student heeft kennis gemaakt met een
aantal deductieve benaderingen tot de logica, waaronder natuurlijke
deductie, Hilbert-stijl axiomatische systemen en resolutie. Hij kent
het systeem van natuurlijke deductie voor de propositie- en
predikatenlogica en kan binnen dat systeem bewijzen maken. De student
kent het systeem van semantische tableaus en kan dat systeem
toepassen om redeneringen te verifieren of weerleggen. Hij/zij is in
staat om op systematische wijze voor ongeldige beweringen een
tegenvoorbeeld te geven. De student is in staat om van logische
zinnen een equiavelente zin in normaalvorm te geven, zoals een
disjunctieve- en conjunctieve normaalvorm, en een prenexvorm in het
geval van de predikatenlogica.
De student kent het begrip verzameling, en kan voor concrete
verzamelingen bewerkingen als doorsnede, vereniging en complement
berekenen. Daarnaast kan hij/zij over die bewerkingen in abstracte
zin eigenschappen bewijzen of weerleggen. De student kan bewerkingen
op verzamelingen uitvoeren, en heeft begrip van relaties op
verzamelingen.
|