Collegiale Observatie
Ervaringen uit Leeds

Op Leeds Metropolitan University Leeds brochure wordt al jaren aan collegiale observatie (peer observation) gedaan en over de resultaten is men enthousiast. Je kunt daarover lezen in de brochure Using peer observation to enhance teaching uit 2009.

Deze quote uit de folder maakt onder andere duidelijk, dat observaties met name voor de observerende partij nuttig zijn, en dat observaties zeker ook voor ervaren docenten zin hebben: I have always found peer observation of teaching invaluable. I have learned a lot from watching other colleagues teaching. Consequently, I am able to be a better teacher with improved style of teaching and classroom practice. Likewise, others who had observed my teaching had commented how this experience had helped them. I have been teaching for 28 years and I find peer observation adding to my teaching skills.


Verschillen met Leeds

De ervaringen uit Leeds waren erg nuttig om het Utrechtse observatiemodel vorm te geven. De relevantste verschillen tussen Leeds en Departement ICS zijn:

  1. Type onderwijs: Utrecht begint de observaties met slechts èèn type onderwijs, namelijk de hoorcolleges, terwijl in Leeds ook werkcolleges, groepsbesprekingen, en zelfs onderwijsorganisatie worden geobserveerd.
    Waarom? Je moet klein beginnen. Hoorcolleges worden in Utrecht doorgaans gegeven door docenten die hier al lang werken en ook nog lang blijven werken. Vorming van docenten op dit terrein kan dus jarenlang vruchten afwerpen.
  2. Initiatief: In Leeds is het docent Bob die observator Alice uitkiest als hij zelf behoefte aan een observatie heeft; in ons model ligt het initiatief bij Alice.
    Waarom? In Leeds is gebleken dat de observerende docent het meest aan de observatie heeft. Omdat docenten zelf weten waarin zij zich nog kunnen ontwikkelen, hebben we ervoor gekozen het initiatief bij de bezoeker te leggen en die met twee taakpunten te belonen.
  3. Geen gemeenschappelijke visie: In Leeds wordt Alice en Bob gevraagd om gemeenschappelijk gedragen conclusies over het geobserveerde onderwijs, en eventuele aanbevelingen. In Utrecht volstaan we ermee, dat Alice en Bob in het nagesprek ieder hun eigen visie op onderwijs verder ontwikkelen, en er ieder de lessen uit trekken die hun zinvol lijken.
    Waarom? Het formuleren van een gemeenschappelijke visie kost teveel tijd en energie in verhouding tot de opbrengst. Een poging om tot een gemeenschappelijke visie te komen, kan ontaarden in een gesprek waarin docenten elkaar willen overtuigen van hun gelijk. Het is voldoende vruchtbaar wanneer verschillende visies naast elkaar worden gezet en vergeleken, waarna meningsvorming in een individueel proces kan plaatsvinden.