Collegiale Observatie
De rapportage achteraf

Na je observatie meld je dit aan de observatie-coördinator, Gerard Tel. (De coördinatorcoördinaten zijn: T=(253) 1935, E=G.Tel@uu.nl, O=BBL-504.)
Bij het rapporteren moet een weg worden gevonden tussen (1) de privacy van Alice en Bob en (2) de wens om het observatie-project te kunnen beheren, evalueren en verbeteren. De privacy staat hierbij steeds voorop.

De melding bestaat primair uit: de datum van het bezoek en de namen van bezoeker, bezochte, en vak. Over je bevindingen, de aandachtspunten uit het voorgesprek, of de conclusies uit het nagesprek hoef je niets te vertellen. De coördinator geeft aan het eind van het collegejaar door aan het onderwijsmanagement, hoeveel bezoeken iedereen heeft afgelegd. Dit is nodig voor het toekennen van de taakpunten (2 per bezoek). Dit is het enige dat de coördinator met de melding doet.

Als je zelf meer over de observatie wilt bekendmaken, mag dat. Bob mag aan zijn werkleider laten weten, wat Alice en hij over zijn college hebben besproken. Alice en Bob kunnen de observaties vermelden in hun werk-rapportage aan de werkleider of in een R&O-gesprek naar voren brengen.

Mini-enquete. We hebben ook de behoefte, het observatie-project zelf te evalueren en hieruit conclusies te trekken rond voortzetting of uitbreiding. Het wordt daarom zeer gewaardeerd als je na afloop van een observatie (als bezoeker of bezochte) iets van je ervaringen aan de coördinator kwijt wilt. Je kunt daarom geheel vrijwillig deze kleine enquete (met slechts drie vragen) invullen.