Collegiale Observatie
Verloop van de observatie
Je bent in de collegezaal bij Bob.
Waar ga je op letten?
- Opbouw:
Is het duidelijk uit welke onderdelen Bobs betoog bestaat?
Is deze indeling vooraf al duidelijk?
Is er een duidelijke samenhang tussen de delen van het betoog?
- Inpassing:
Hoe past Bobs voordracht van vandaag in de doelen van het vak?
Is er een afgebakend onderwerp?
- Duidelijkheid:
Spreekt Bob voldoende verstaanbaar?
Schrijft hij leesbaar op het bord?
Legt hij begrijpelijk uit?
Gaat het te snel of juist te langzaam?
- Omgang met studenten:
Gaat Bob op een prettige manier om met vragen van studenten?
Betrekt hij de toehoorders bij zijn betoog?
- Inhoud van het college:
Klopt het allemaal wat Bob vertelt?
Is het verhaal van Bob wel relevant
voor de eindtermen van de opleiding?
- Studenten:
Zijn de studenten betrokken bij het betoog?
Letten ze op?
Zijn ze verveeld of juist de weg kwijt?
Gebruiken ze materiaal (zoals presentatie-handouts
of een aantekeningenschrift)?
Onze studenten zijn (nog) niet gewend aan
observerende docenten en kunnen je dus vragen waarom
je bij het college bent.
Probeer hierbij in ieder geval te laten vallen dat
de observatie niet betekent dat Bob een betere
of juist slechtere docent is dan jij.
Wanneer de studenten je vragen naar je mening over Bob,
kun je je het best op de vlakte houden,
maar ondertussen wel de student ontlokken wat hij ervan vindt.