Wetenschappelijke Onderzoeksmethoden

Beoordeling Wetenschappelijke Onderzoeksmethoden 2010-2011

De beoordeling van het vak Wetenschappelijke Onderzoeksmethoden gebeurt op basis van de resultaten van het werkcollege, een deeltoets en een eindtoets. De deel- en eindtoets zijn beoordelingen van de individuele student en zijn vooral gericht op theoretische kennis over methoden van onderzoek en over statistiek. Beoordeling van het werkcollege betreft participatie en attitude, deel- en eindproducten van het leeronderzoek.

Deeltoets en eindtoets

Deze module kent een deeltoets (halverwege de module) en een eindtoets. Beide toetsen bestaan voor het overgrote deel uit meerkeuze vragen over methoden van onderzoek en inferentiële statistiek. Je wordt geacht in staat te zijn een aantal statistische berekeningen uit te voeren. Daarvoor is het tijdens de toetsen toegestaan om een rekenmachine mee te nemen. De tabellen die je nodig hebt voor de beantwoording van een aantal van de statistiekvragen worden uitgedeeld tijdens het tentamen (zie ook 'Materiaal' op deze website).

Beoordeling werkcolleges / leeronderzoek

In de loop van de werkcolleges / het leeronderzoek wordt je geacht een aantal deelproducten in te leveren. De docenten bekijken deze deelproducten en gebruiken ze om feedback te geven tijdens de werkcolleges. De beoordeling voor het werkcollege bestaat uit drie onderdelen:

Je ziet dat een substantieel deel van het cijfer voor de practicum gedeelte van dit vak wordt bepaald door de draftversie van het paper. De reden voor deze aanpak is dat een van de beoogde resultaten van die vak een goed wetenschappelijk paper is. Op basis van de feedback die je tijdens de werkcolleges hebt gehad moet het zeker mogelijk zijn om een goed cijfer te krijgen voor de draft eindversie van het paper.

Criteria voor beoordeling van de papers

De onderstaande criteria worden gebruikt voor de beoordeling van de draft en final versie van het paper:

Eindcijfer

Het eindcijfer wordt bepaald op basis van een cijfer voor de theorie (50%), en een cijfer voor de praktijk (50%). Het theoriecijfer bestaat uit het rekenkundig gemiddelde van de cijfers voor deel- en eindtoets (deze tellen dus evenveel mee in het theoriecijfer). Het practicumcijfer is de beoordeling van werkcolleges / leeronderzoek zoals hierboven beschreven. Zowel het theoriecijfer als het practicumcijfer dient minimaal 5 (onafgerond, dus geen 4.99) te zijn om het vak als geheel te behalen. Het statistiek practicum wordt niet met een cijfer beoordeeld. Tijdens het practicum leer je echter wel de vaardigheden die nodig zijn voor het werkcollege en de toetsen.

Herkansing

Het werkcollege/leeronderzoek kan niet worden herkanst omdat de groepen tijdens de werkcolleges voldoende feedback krijgen. Je mag alleen deelnemen aan de herkansing voor het theoretische/individuele deel wanneer je voor de deel- en eindtoets gemiddeld minimaal een 4 (onafgerond) hebt behaald.

Vrijstelling leeronderzoek

Je kunt een vrijstelling krijgen voor het werkcollege / leeronderzoek als je vorig jaar als practicumcijfer het cijfer 7.0 of hoger hebt behaald. Om een vrijstelling te krijgen stuur je voor het einde van de eerste week van de periode een mailtje aan de coördinator van het vak. Alleen als je een bevestiging hebt gekregen is de vrijstelling geldig. Het cijfer dat je vorig jaar hebt behaald telt voor 50% mee in het eindcijfer van het vak.