TENTAMENREGELING
In deze cursus wordt een hele reeks resultaten behaald:
- Een cijfer voor de eerste individuele kennistoets.
Dit cijfer moet >=5.5 zijn om mee te mogen doen aan het practicum
- Een cijfer voor de casus-opdracht die je met je team uitwerkt
- Een cijfer voor de tweede individuele toets.
Om te kunnen slagen moet in ieder geval:
- Het afgeronde gemiddelde van de beide individuele toetsen >=6.0 zijn
Heb je bijv. voor de 1e toets een 5.52, dan is een 5.48 voor de 2e toets nodig. Merk op dat dit een soepele regeling is: de tweede toets is zwaarder dan de eerste, zodat er een grotere kans is op een voldoende gemiddelde. Impliciet wordt hiermee aan de kernkennis een groter gewicht toegekend.
- Het cijfer voor de team-opdracht >=6.0 zijn
- Er moet sprake zijn van actieve en evenredige deelname aan de casus-opdracht in het team (zo niet, dan wordt hiervoor individueel een onvoldoende geregistreerd)
Als aan een van de voorwaardes niet voldaan is, wordt de hoogst behaalde onvoldoende geregistreerd.
Als aan alle voorwaarden is voldaan, is het eindcijfer het gewogen gemiddelde van
- cijfer behaald voor 1e toets,
- cijfer behaald voor 2e toets,
- cijfer behaald voor de team-opdracht.
Hierin weegt de team-opdracht twee maal zo zwaar als een toets (dus cijfer bestaat uit 25% voor toets1, 25% voor toets2 en 50% voor teamopdracht)
.
Aanvullende toets
De aanvullende toets heeft betrekking op de tweede individuele toets, mits hiervoor een 4 of hoger behaald is (universitaire regel; als je denkt dat deze regel door bijzondere omstandigheden in je nadeel heeft gewerkt: overleg dan even). De aanvullende toets is ook toegankelijk voor studenten die bij de tweede individuele toets afwezig waren maar dit voor aanvang bij de docent gemeld hebben.