Het practicum bestaat uit 3 opgaven. De verdeling in de tijd is als volgt:
Het practicum moet met z'n tweeen worden gemaakt en ingeleverd.
Om het practicum alleen te mogen maken is eerst toestemming nodig
van de docent.
Beide deelnemers moeten aan alle
drie de opgaven een bijdrage leveren;
steekproefsgewijs kan om een toelichting worden gevraagd.
Overnemen van (delen van) programma's van anderen of van Internet
is niet toegestaan.
Inleveren
De uitwerkingen van de inleveropdrachten moeten uiterlijk op de genoemde
dag worden
ingeleverd met behulp van het automatische inleversysteem Submit.
Bij correcte inlevering volgt bevestiging door middel van e-mail.
Als het in te leveren werk uit meerdere files bestaat, moeten die in een zip-file
worden gebundeld en als geheel worden ingeleverd.
Beoordeling
Het vak wordt beoordeeld aan de hand van twee toetsen (T1,T2) en drie practica (P1,P2,P3).
Het totaalcijfer voor de toetsen (T) is 0.5*T1+0.5*T2
en het totaalcijfer voor de practica (P) is 0.2*P1+0.4*P2+0.4*P3.
Het eindcijfer voor het vak is dan (T+P)/2 onder de voorwaarde dat P>=5 en T>=5.
Als aan die voorwaarde niet is voldaan, is het eindcijfer het minimum van P en T.
Afronding gebeurt op halven boven de zes en op helen onder de zes, dus 5.5 wordt 6 en 5.4 wordt 5.
Als een van de vijf cijfers ontbreekt, blijft het vak 'onvoltooid'.
Bij het tentamen mag geen literatuur worden gebruikt.
Eventueel kan er een een aanvullende toets worden gedaan (in de herkansingsweek halverwege de periode volgend op het vak).
Je kunt hierbij T1 of T2 herkansen, maar niet allebei (om een onvoldoende of een ontbrekend cijfer te vervangen).
Als aanvullende toets voor het practicum kan er een extra practicumopdracht worden gemaakt,
die je kunt inzetten voor een van P1, P2 en P3 (om een onvoldoende of een ontbrekend cijfer te vervangen).
Voor alle practicumopgaven geldt dat het
het cijfer van vorig jaar mag worden overgenomen.