Datastructuren

Cijferregeling

Onderdelen van de toetsing en Eindcijfer

Datastructuren wordt getoetst in Je krijgt voor Datastructuren een Eindcijfer als je beide toetsen hebt gedaan (T1 * T2 > 0) en vijf of meer programmeeropdrachten (P > 4). Voor deelname aan het muKP kun je een bonus krijgen van 0,2 per goede inlevering (M, max. 3). Met 6 of 7 voltooide opdrachten krijg je ook een bonus van een halve of hele punt: B = (P-5)/2 + M/5. Je eindcijfer is het gemiddelde van de toetsen plus bonus: E = (T1+T2)/2 + B (na afronding, op halven vanaf 6 en helen onder de 6). Het eindcijfer E moet minstens 6 zijn, dan ben je geslaagd voor Datastructuren.

Geen eindcijfer? Niet gehaald? Repareren!

Je mag aan de reparatietoetsing meedoen als je het eindcijfer 4 of 5 hebt gehaald. Met een 3 of lager mag je niet repareren. Als je nog geen cijfer hebt gekregen, mag je repareren wanneer je drie opdrachten en èèn toets hebt gedaan. In dat geval (P > 2 && T1 + T2 > 0) is je uitslag AANV.

Heb je minder dan drie opdrachten gemaakt of geen toets, dan is je uitslag NVD of ND, je hebt het vak dan niet gehaald en mag niet repareren.

Als reparatietoetsing maak je een toets (T1 of T2) opnieuw en/of maak je opdrachten af. De berekening van het eindcijfer is dan als boven. Voor de hertoets of het reparatieprogrammeren hoef je je niet op te geven. Als je mag repareren, ga ik ervan uit dat je dit doet. Bedenk wel vantevoren welke toets je gaat doen, en begin op tijd met programmeren!

Oude toetsen

Hier staan enkele toetsen die al geweest zijn bij Datastructuren.

2015/16: Eerste toets, Tweede toets, Eerste hertoets, Tweede hertoets.