Concurrency
Cijferregeling (2016)
Het vak Concurrency wordt getoetst in vijf onderdelen: een eerste en tweede deeltoets (T1 en T2), en drie programmeeropgaven (P1, P2 en P3). Alle onderdelen zijn verplicht. Voor de gang van zaken tijdens de toetsing, zie Gerards Toetsregels; voor de inhoud, zie de leerdoelen.
  1. Je Toetsgemiddelde T is (T1+T2)/2
    en moet minstens 5 zijn voor een voldoende.
  2. Je Praktikumgemiddelde P is (P1+2*P2+2*P3)/5
    en moet minstens 5 zijn voor een voldoende.
  3. Als P en T minstens 5 zijn, is je eindresultaat het gemiddelde
    (afgerond op halven boven de zes, op helen onder de zes).
  4. Even voor in je eigen Excel-spreadsheet of programma:

Verlenging (Reparatietoets)

Het is niet toegestaan, te verlengen als je Concurrency al hebt gehaald (eindresultaat 6 of hoger). Het is ook niet toegestaan, te verlengen als je een eindcijfer lager dan 4 hebt gehaald. Als je niet aan alle onderdelen hebt meegedaan, krijg je geen eindcijfer. Je eindresultaat is AANV als er hoogstens een toets en een practicum ontbreekt; met resultaat AANV mag je aan de reparatie meedoen. Ontbreken er twee toetsen of twee practica, dan krijg je resultaat ND of NVD en mag je niet repareren.

Je kunt in de verlenging één van de toetsen en/of één van de programmeeropgaven doen of overdoen. Als er voor een onderdeel twee cijfers worden gehaald, telt het hoogste. De berekening is verder gelijk aan wat hierboven al staat.

De hertoets bestaat net als de eerdere toetsing uit twee delen, waarvan je er op de toetsbijeenkomst een mag doen. De herpraktika zijn gelijk aan de oorspronkelijke opdracht.