Het projectdocument

Je doet verslag van het ontwerp van je eigen databaseontwerp middels een projectdocument, dat alle informatie dient te bevatten om je ontwerp en de bijbehorende database te begrijpen. Het moet dus niet nodig zijn om de database zelf te openen om te begrijpen wat je hebt gemaakt. Het in te leveren projectdocument is op te vatten als documentatie die een buitenstaander in staat moet stellen zich snel vertrouwd te maken met de database.

Richtlijnen:

  1. Maak gebruik van het template. De aandachtspunten die daarin worden genoemd, corresponderen met onderwerpen die in het boek worden behandeld. Het zijn geen vragen die beslist beantwoord moeten worden, maar zij vormen een checklist van zaken die van belang kunnen zijn in jouw project. Ze moeten je helpen om bij elk onderdeel een stukje tekst te schrijven. Je mag de grijze blokken waarin ze staan, voor inlevering verwijderen.

  2. Zorg ervoor dat het projectdocument de volgende structuur heeft:

    1. Beschrijving van de informatiesituatie: hoe ziet de wereld er uit die in de database wordt vastgelegd, om welke personen en data gaat het, wat is de informatiebehoefte. Je kunt de grotere modelleeropdrachten in het boek daarbij als voorbeeld nemen.

    2. Conceptueel ontwerp:

      • ERD

      • Business rules die niet in het ERD zelf weergegeven kunnen worden, toevoegen in tekstblokken in het ERD of in tekst eronder.

      • Omschrijving van alle entiteittypen.

      • Omschrijving van attributen waarvan de betekenis niet zonder meer duidelijk is.

    3. Logisch/fysiek ontwerp:

      • ERD (waarin M:N, multivalued attributes, subtypes etc. zijn vervangen, zie boek).

      • Specificatie van datatypen, lengte, primary keys, foreign keys (kan het ERD als je Visual Paradigm hebt gebruikt).

      • Eventueel vermelding van indexen.

    4. Bevraging: de informatiebehoefte gespecificeerd in de vorm van vragen, die beantwoord worden door middel van volledig uitgeschreven SQL-queries. Het aantal queries hangt af van je project en de gespecificeerde informatiebehoefte. Het is niet zo belangrijk hoeveel proefdata zijn ingevoerd. De hoeveelheid moet voldoende zijn om queries te maken. Voeg eventueel het resultaat van de queries ter illustratie toe in het projectdocument.

    5. Databaseapplicatie:

      • Als je in Access een pc-applicatie bouwt, kun je screenshots van invoerformulieren toevoegen. Gaat het om een client/server-situatie, kijk dan aan de hand van het boek wat van toepassing is op jouw project.

  3. Controleer of er een strakke logische lijn is tussen de onderdelen a t/m e, vergelijkbaar met de opbouw van een scriptie.

  4. Je mag de URL van je database toevoegen als die online is, of de database files, maar doe dit alleen als je vindt dat dat relevante informatie toevoegt die je niet in het bovenstaande kwijt kunt (in dat geval het geheel als een ZIP-file inleveren). De cursus gaat over database modelleren en niet over applicaties bouwen. Dus zorg ervoor dat het projectdocument zelf compleet is.

  5. Controleer je tekst op taalfouten.

  6. Zorg dat afbeeldingen (b.v. de ERDs) goed leesbaar zijn, maar vermijd zo'n hoge resolutie dat het hele bestand erg groot wordt.

  7. Inleveren uitsluitend via Submit: houd je dus aan de deadline!