Minihandleiding SVN

Jeroen Fokker

Een veelgebruikt systeem voor versiebeheer is "subversion" (kortweg "svn"). De source-code (programmacode, maar ook plaatjes, documentatie etc.) staan hierbij op een centrale server (de "repository"). Ieder team-lid kan deze files ophalen ("update") en er op z'n eigen computer mee werken. Na het maken van aanpassingen (bijvoorbeeld dagelijks) kan het teamlid de wijzigingen gemakkelijk terugsturen naar de server ("commit"). Andere teamleden kunnen op een moment dat het hun uitkomt deze wijzigingen integreren in hun eigen werk-kopie. Het mooie is dat dit (dankzij een slim merge-algoritme) zelfs werkt als twee teamleden tegelijkertijd dezelfde sourcecode aanpassen. Van elke wijziging wordt bovendien de auteur geregistreerd, en wijzigingen kunnen ook ongedaan gemaakt worden.

Gegenereerde files (executables, pdf-versies van de documentatie) worden typisch niet op de server opgeslagen; ieder teamlid kan die immers zelf lokaal genereren uit de sources.

Om subversion te kunnen gebruiken, heb je nodig:

Voor de repositories wordt de subversion-server van de betafaculteit gebruikt. Die staat op: https://svn.science.uu.nl/. Inloggen met Solis-id, zowel voor studenten ("3412345") als voor staf ("Fokke101"). Daarna wijst het zichzelf. Een van de teamleden van elk project kan hier dus zelf een repository aanmaken, en de andere teamleaden (en de begeleider!) er toegang toe geven.

Een subversion-client is ingebouwd in Linux- en MacOS-systemen, bereikbaar via het command "svn". Voor Windows is de aanbevolen client "Tortoise SVN", die je kunt downloaden op: http://tortoisesvn.net/. Deze nestelt zich in de Verkenner; je kunt dan files of directories updaten en committen via het rechter-muisknopmenu.