Gameprogrammeren (INFOB1GP)

Inhoud van de cursus

In dit vak leer je games programmeren in de programmeertaal C#, waarin opdrachten gebundeld worden in zogeheten methoden, die een object bewerken. Het is daarmee tevens een inleiding in objectgeorienteerd programmeren. Ook zullen we gebruikmaken van XNA Game Studio, waarmee je games kunt programmeren voor onder andere de PC en de XBOX. We bekijken hoe je het geheugen verandert, en hoe je keuze en herhaling programmeert. Je beschrijft zelf nieuwe soorten objecten met daarbij behorende methoden, maar maakt ook kennis met de bij C# horende standaard-methoden. Je leert ook de game loop kennen, wat de basis van elke game is. Alhoewel je met XNA volledige 3D games kunt ontwikkelen, richten we ons in het college op het ontwikkelen van 2D games. We zullen een aantal verschillende voorbeeldgames ontwikkelen tijdens het vak, waaronder een schietspel en een puzzelspel. Aan het eind van het vak wordt een volledig platformspel ontwikkeld met graphics, geluid, animatie, en nog veel meer!

Werkvorm

Per week 2 maal 2 uur hoorcollege, waarin nieuwe concepten en voorbeelden worden gepresenteerd. Daarnaast per week 2 maal 2 uur begeleid practicum, waar o.a. gewerkt wordt aan een drietal in te leveren games. Wekelijks is er ook een werkcollege, waarbij aandacht wordt gegeven aan meer theoretische vaardigheden, als voorbereiding op de toetsen. Daarbuiten is er gelegenheid (en waarschijnlijk noodzaak) om onbegeleid practicumwerk te verrichten om de practicumopdrachten te voltooien.

Eindbeoordeling

Het vak wordt beoordeeld aan de hand van drie toetsen (T1,T2,T3) en drie practica (P1,P2,P3). Het totaalcijfer voor de toetsen (T) is 0.2*T1+0.3*T2+0.5*T3 en evenzo voor de practica (P). Het eindcijfer voor het vak is dan (T+P)/2 onder de voorwaarde dat P>=5 en T>=5. Afronding gebeurt op halven boven de zes en op helen onder de zes, dus 5.5 wordt 6 en 5.4 wordt 5.

Als een van de zes cijfers ontbreekt, blijft het vak 'onvoltooid'. Als herkansing kan er een extra practicumopdracht worden gemaakt, die je kunt inzetten voor een van P1, P2 en P3 (om een onvoldoende of een ontbrekend cijfer te vervangen). Hetzelfde geldt voor de toetsen. Herkansingspracticum en -toets gaan over de hele stof, ongeacht voor welk van de drie hij als vervanging geldt.