Opbouw van de bacheloropleiding

De omvang van studieonderdelen zal in het vervolg worden uitgedrukt in het European Credit Transfer System (ECTS), waarin een studiejaar 60 studiepunten bevat. Een ECTS-studiepunt komt dus overeen met ongeveer 28 uur studeren.

De bachelorexamens aan de Universiteit Utrecht vereisen een "major" die driekwart van het totaal aantal studiepunten in beslag neemt. De majors Informatica en Informatiekunde bestaan beide uit 135 studiepunten. In de majors worden voor 112.5 sp disciplinegebonden vakken gegeven, dat wil zeggen vakken waarin de kennisinhoud van de gekozen opleiding centraal staat. Daarvan is een gedeelte van 75 sp voor alle studenten uniform voorgeschreven; de rest van de disciplinegebonden vakken kan de individuele student vrij kiezen uit het onderwijsaanbod van de opleiding. Behalve disciplinegebonden vakken bestaat de major uit contextvakken, waarin het zicht op de discipline wordt verbreed door deze in zijn academische en maatschappelijke context te plaatsen. Van deze contextvakken is 15 sp uniform voorgeschreven en kan 7.5 sp weer door de student uit het aanbod van de opleiding worden gekozen.

De omvang in studiepunten van de verschillende categorieën vakken is in de diagrammen hieronder weergegeven overeenkomstig de huidige Onderwijs- en Examenregeling.

Het kwart van de bachelorstudie dat niet onder de major valt, heet profileringsruimte. Deze kan door de student geheel vrij worden gevuld met vakken uit het aanbod van de hele universiteit. Vanuit de major kunnen hieraan geen restricties worden verbonden. Het is, voor wie dat wil, wel toegestaan ook in de profileringsruimte extra vakken op het gebied van de major te kiezen. Een andere mogelijkheid is dat een programma op het terrein van een andere discipline als geheel kan worden gekozen en wordt erkend als "minor".

Alle vakken uit het bacheloraanbod zijn ingedeeld op drie niveaus: inleidend (1), verdiepend (2), gevorderd (3). Bij de invulling van het programma dient de student minimaal 30 sp op niveau 3 binnen de discipline-keuzeruimte te doen, en minimaal 15 sp op niveau 2 of 3 in de profileringsruimte. Verder is het verstandig bij de keuze van vakken rekening te houden met eisen die de beoogde masteropleiding daaraan kan stellen.

Iedere student stelt tijdens de bachelorfase een portfolio samen waaruit de omvang en het niveau van academische vorming blijkt.

Vanaf 2003/2004 voldoen de opleidingen informatica en informatiekunde aan de uniforme academische kalender met vier perioden, waarin de student telkens twee vakken van elk 7.5 studiepunten volgt.

Capaciteitsbeperking

In het bachelor-mastersysteem wordt minder voorspelbaar hoeveel studenten zich inschrijven voor een cursus. Een kwart van de bachelorfase bestaat uit vrije keuzeruimte. Studenten kunnen hierin volledig zelf beslissen over de vakken die ze kiezen. Dat kunnen ook vakken zijn bij andere faculteiten of buiten de Universiteit Utrecht. Het wordt hiermee voor opleidingen lastiger om vooraf in te schatten hoeveel studenten ze bij bepaalde vakken kunnen verwachten. Te grote of onverwachte belangstelling voor een cursus kan organisatorische problemen met zich meebrengen. In het uiterste geval is het noodzakelijk grenzen te stellen aan de capaciteit van een cursus: door het instellen van een capaciteitsfixus.